|
Archief
Donker12-01-2012 15:52
Donderdag 12 januari, Den Bosch
Ik slaap diep. Ontzettend diep. Zelden dat ik zo diep slaap. Het is niet gek dat ik zo diep slaap. De afgelopen dagen ben ik steeds heel vroeg opgestaan en laat naar bed gegaan. Wat is het toch heerlijk om heel diep te slapen, ver weg van de wereld te zijn.
Dan gaat de telefoon. Waar ben ik? Hoe laat is het? Het is zo moeilijk om vanuit een diepe slaap omhoog te klimmen.
Ik graai naar de telefoon. 06.30 uur. Mijn display geeft aan dat het Anne is. Meteen ben ik ongerust.
Anne huilt dat ze zo'n pijn in haar buik heeft. De hele nacht heeft ze wakker gelegen en de pijn wordt steeds erger. Ze zegt dat ze heeft besloten om naar het ziekenhuis te gaan.
'Ik kom nu naar je toe,' zeg ik. Inmiddels zit ik op de rand van het bed.
'Nee, nee, dat hoeft niet. Ik kan zelf wel naar het ziekenhuis. Wacht eerst maar af wat de dokter zegt.'
'Een man met dochters is een gezegend mens,' schreef ik gisteren. Ik sta nog steeds achter die woorden, maar een man met dochters kan ook veel zorgen hebben. De afgelopen weken is Anne ziek geweest. Ze knapte net wat op. Nu is het met haar darmen weer mis. Anne heeft een spastische darm en soms speelt die op. Erg vervelend. Elke keer ben ik weer bezorgd.
Ik overweeg weer te gaan slapen. Maar dat is onzin, over een half uur gaat de wekker. Omdat ik opsta, heb ik een veel langere ochtend dan normaal. Ik lees eerst de krant en dan pak ik het Boek der rusteloosheidvan Fernando Pessoa. Het is alsof de duvel ermee speelt. Slaap, slaap, ook Pessoa gaat over slaap. Ik lees:
'De dood lijkt niet op de slaap, zei ik, want als je slaapt, leef en slaap je; ik begrijp trouwens niet hoe iemand de dood ook maar ergens mee kan vergelijken, want je kunt er geen ervaring mee hebben en je hebt ook niets waarmee je hem kunt vergelijken.
Mij lijkt de dood, wanneer ik een dode zie, een vertrek. Het lijk wekt bij mij de indruk van uitgetrokken kleren. Iemand is weggegaan en hoefde het enige echte pak dat hij droeg niet mee te nemen.'
Pessoa schrijft: 'Ik begrijp trouwens niet hoe iemand de dood ook maar ergens mee kan vergelijken…'
Ik ben het niet met hem eens. Wij weten allemaal hoe de dood is. Wij komen namelijk uit de dood; wij zijn al dood geweest. Voor onze geboorte waren we allemaal dood. Er was niets. Helemaal niets. Wij waren ons van niets bewust omdat wij helemaal niets waren. Als we sterven, zal de geschiedenis zich herhalen. Wij keren terug naar het helemaal niets. Wij zullen ons opnieuw van helemaal niets bewust zijn. Ashes to ashes dust to dust.
Ooit schreef ik het volgende gedicht.
-
Donker
donker
dan groeit
uit een kraan
een druppel
groter tot hij
langzaam valt
donker
donker.
|
Spijbelen11-01-2012 15:51
Woensdag 11 januari, Den Bosch
Ik heb om 13 uur een vergadering bij het Theater Instituut Nederland (TIN) over de internationale promotie van de podiumkunsten. Het TIN wordt per 1 januari 2013, zoals zoveel podiumkunsteninstellingen, wegbezuinigd. Belangrijke taak van het TIN is de internationale promotie. Als er niets gebeurt, vindt die taak dadelijk niet meer plaats.
Het wonderlijke is dat alle andere kunstdisciplines, zoals design, architectuur en film, wel een instelling overhouden die de internationale promotietaak op zich nemen. Op de een of andere manier hoeft voor de podiumkunsten geen internationale promotie meer worden gemaakt.
De vergadering duurt veel minder lang dan ik had gedacht. Mijn volgende vergadering heb ik pas om 17 uur in de Amsterdamse schouwburg. Zodoende heb ik opeens 2, 5 uur over.
Als ik terugloop naar de parkeergarage realiseer ik me dat ik dicht bij Artis ben. Opeens krijg ik zin om naar de dierentuin te gaan. Het is zo lang geleden dat ik in een dierentuin ben geweest. Daarom neem ik een subversief besluit: voor de afwisseling ga ik eens spijbelen. Er is geen leerplichtambtenaar die de laatste vijfendertig jaar op me heeft gelet en toch spijbel ik nooit. Het is vandaag voor de eerste keer in vijfendertig jaar dat ik me dat permitteer.
Nou vind ik er eerlijk gezegd niks aan om alleen door een dierentuin te lopen. Er zijn veel dingen die je echt met z'n tweeën moet beleven. Ik denk aan reizen, cafébezoek, uit eten, theaterbezoek en naar de dierentuin gaan.
Ik weet gelukkig dat Anne vanmiddag vrij is. En ik weet ook dat Anne altijd meteen in is voor dit soort zaken. Ik word in mijn weten niet teleurgesteld. 'De dierentuin? Wat een goed idee,' en ze springt meteen op haar vouwfietsje.
Zo komt het dat we samen door een lege dierentuin lopen. In totaal zijn er een stuk of vijftig mensen, schat ik. Op zich niet gek. Het is woensdag. Iedereen werkt of zit op school. Bovendien miezert het.
Anne en ik zijn één keer eerder in Artis geweest. Ik denk zo'n dertien jaar geleden. Er logeerde een Braziliaanse student voor een paar maanden bij ons. Op een zaterdag hebben we hem Amsterdam laten zien, inclusief Artis.
De eerste die we in Artis tegen het lijf liepen, was Richard Krajicek en Daphne Deckers. In het echt zag ze er net zo mutserig uit als op televisie. Anne, die in die tijd nog zelf tenniste, vond het reuze interessant om zomaar Krajicek in het wild tegen te komen. Vandaag komen we vrijwel niemand tegen.
We genieten van het jonge olifantje dat vrolijk door zijn buitenkooi rent. Bij de gorilla's zijn twee baby's geboren. Het ene gorillajong doet me aan Malu denken, het heeft hetzelfde mooie ronde hoofdje en het maakt dezelfde onzekere bewegingen.
Wat is het toch een geluk om dochters te hebben. Je hoeft er maar een te bellen en ze gaat zo mee naar de dierentuin. Ik ben misschien een ietwat suffe vader. Toen ik vader werd, dacht ik aan een kind alleen maar in termen van een baby. Ik zag alleen een baby voor me.
Dat was erg dom omdat een kind maar een paar maanden echt een baby is. Al gauw gaat het kruipen, lopen en praten en dan is het, zie Malu, al snel een echt mensje.
Ik vind het onvoorstelbaar dat ik nu met een 24-jarige dochter door de dierentuin loop. En dat het hele kleine meisje, dat ik voor het eerst op een bed in Colombo zag liggen, net veertien dagen oud, nu als een volwassen vrouw naast me loopt. Een man met dochters is een gezegend mens. Een man met zonen waarschijnlijk ook, maar daar kan ik niet over meepraten.
Als ik na mijn volgende afspraak naar de parkeergarage loop, belt Malu. Ze praat honderduit haar taaltje dat ik nog niet begrijp. Ik hoor wel dat het woordje opa er heel vaak in voorkomt.
Ze belt me niet voor niets. Sinds een maand ben ik een muziekdoosje. Dus dat betekent dat ik moet zingen. Malu belt me soms wel twee tot drie keer per dag en dat op de meest onverwachte momenten. Nu loop ik door de stad. Dat heeft tot gevolg dat ik op het Leidseplein Ik zag twee beren broodjes smeren loop te zingen.
Mijn collega's zijn er inmiddels aan gewend dat Malu me zo nu en dan belt. Ze weten dat ik mijn rol als muziekdoosje moet waarmaken en ze kunnen volop meegenieten van mijn galmen: Poesje miauw, Klein, klein kleutertje wat doe je in mijn hof, En van je ras, ras, ras rijdt de koning door plas. Dat is zo'n beetje mijn repertoire. Voor Malu zing ik uit volle borst en zonder terughoudendheid.
De toeristen op het Leidseplein kijken me raar aan. Zij weten niet dat ik soms even voor muziekdoosje moet spelen.

Olifant met jong

Giraffe met jong
|
Charles Bukowski10-01-2012 15:50
Dinsdag 10 januari, Meppel
Gisteren ging ik even langs bij boekhandel Livius in Tilburg. Ik ga altijd even langs bij boekhandel Livius als ik in de buurt ben. Dat is tenminste nog een echte boekhandel.
De boekhandels die zich verenigd hebben onder de naam Selexyz, en dat zijn de grootste boekhandels in ons land, dreigen om te vallen. Niet vreemd, vind ik. Langzaam heb ik die prachtige boekhandels, waar ik zo graag kwam, zien veranderen in een winkelformule.
De graadmeter van een goede boekhandel is de kast met poëzie. In een goede boekhandel staat deze kast mooi vol, ondanks dat de omloopsnelheid van die bundels dramatisch slecht is.
Bij de Selexyz boekhandels zag je de inhoud van die kast verschrompelen. Aan de kast zag je de besluiten van de managers die de boekhandelketen in de greep kregen, besluiten die maar één ding op het oog hadden: winstoptimalisatie. Sinds het daar armtierige kasten zijn, wist ik dat dit het einde van de boekhandelketen zou aanbreken. Vanaf die tijd kocht ik al mijn boeken bij Livius.
Bij Luvius loop ik altijd het eerst naar de afdeling poëzie. Die afdeling hebben ze niet ergens in een onrendabel hoekje weggestopt. De kast met poëzie staat bij binnenkomst meteen links.
Tot mijn verrassing zie ik daar een vertaalde gedichtenbundel van Charles Bukowski liggen onder de titel De genoegens van de verdoemden. Ik ontdekte Charles Bukowski toen ik zo'n zeventien jaar was. Jacques en ik waren meteen grote liefhebbers van zijn werk.
Het is geen lief en gepolijst werk dat hij maakt. Integendeel. Het is proza en poëzie van de zelfkant, rauw, grof, tragi-komisch. De zelfkant waarin hij zelf ook leefde. Zijn werk gaat over armoe, alcohol, gokken, hoeren en neuken.
Ik leerde Charles Bukowski eerst via zijn korte verhalen kennen. Daarna las ik een paar korte romans, zoals Post Office en Factotum. Pas later ontdekte ik dat hij ook gedichten schreef. Al die boeken zijn overigens ongelooflijk mooi uitgegeven bij de Black Sparrow Press.
Toen ik als puber zijn verhalenbundel Erections, ejaculations, exhibitions and general tales of ordinary madness las, schreef ik het volgende gedicht.
Ode
Ik lees een verhaal
van bukowski uit
erections, ejaculations,
exhibitions and general tales
of ordinary madness
ik ruik een vagina
kijk om mij heen
dat is pas
beeldend schrijven.
Ik koop de vertaalde bundel meteen, want volgens mij zijn er nooit eerder vertaalde gedichten van hem gebundeld. Ik vind het fijn om ze ook in vertaling te hebben omdat ik altijd moeite heb om Engelstalige poëzie te lezen. Ik weet namelijk nooit goed of ik het wel echt echt begrijp, ben altijd bang dat ik een betekenis, een laag mis.
Eenmaal thuis begin ik meteen in de bundel te lezen. Het is lang geleden dat ik wat van hem las, maar ik voel me meteen weer thuis. Om een indruk van zijn poëzie te geven, volgen hieronder een drietal gedichten.
de spotvogel
de spotvogel had achter de kat aan gezeten
de hele zomer lang
vol spot vol spot vol spot
pesterig en hanig;
de kat kroop op de veranda's onder schommelstoelen
zwaaistaartend
en zei iets woedends tegen de spotvogel
dat ik niet begreep.
gisteren kwam de kat kalmpjes het garagepad oplopen
met de spotvogel levend in zijn bek,
vleugels waaierend, die mooie vleugels waaierend en flapperend,
veren uiteen als de benen van een vrouw,
en de vogel spotte niet meer,
hij vroeg iets, hij bad
maar de kat
die aantrad op zijn trotse weg door de eeuwen
wou niet luisteren
ik zag hem wegkruipen onder een gele auto
met de vogel
om die ergens heen te rommelen
de zomer was voorbij.
Mijn vriend William
mijn vriend William heeft het goed voor mekaar:
hij mist de fantasie om te lijden
hij hield zijn eerste baan
zijn eerste vrouw
doet 80.000 km met zijn auto
zonder de remmen te laten smeren
hij kan dansen als een zwaan
en heeft de mooiste lege ogen
aan deze kant van El Paso
zijn tuin is een paradijsje
de hielen van zijn schoenen zitten nooit scheef
en zijn handdruk is stevig
mensen mogen hem
als mijn vriend William sterft
zal het vast niet zijn door waarzin of kanker
hij loopt de duivel vierkant voorbij
recht de hemel in
je ziet hem straks op het feest
met een brede glimlach
boven zijn cocktail
beaat en verzaligd
terwijl een vent
zijn vrouw neukt
in de badkamer
wat nu?
de woorden zijn gekomen en gegaan,
ik zit ziek te zijn.
de telefoon gaat, de kat slaapt.
Linda stofzuigt.
ik wacht op leven,
wacht op doodgaan.
ik wou dat ik wat moed op kon trommelen.
't is een beroerde toestand
maar de boom buiten weet het niet:
ik zie hem bewegen op de wind
in de namiddagzon.
ik heb hier niets te beweren,
alleen maar te wachten.
iedereen staat er alleen voor.
O, ik was ooit jong,
O, ik was ooit ongelofelijk
jong!
|
Huis09-01-2012 15:49
Maandag 9 januari, Den Bosch
Een huis heeft een ziel. Dat weet ik omdat ik in meer dan twintig huizen heb gewoond. Je hebt rijke zielen, je hebt dode zielen, je hebt niets zielen. Ik ben er nooit achtergekomen wat nu precies het verschil bepaalt.
Sommigen wijten het aan aardstralen. Onzin, lijkt me. Niets anders dan metafysica. Bullshit. Het zit in andere dingen.
Ik heb gemerkt dat voor mij een uitzicht heel belangrijk is. Ik heb eens in een heel mooi huis in Leeuwarden gewoond, zo'n dertiger jaren woning waar ik zo van hou. Maar het was een huis met een dode ziel. Ik heb altijd het gevoel gehad dat het kwam omdat ons enige uitzicht de haag van de overbuurman was.
Sindsdien heb ik besloten dat ik nooit meer in een huis in een straatje wil wonen. Ik wil niet het huis van de overbuurman als uitzicht. Ik wil een echt uitzicht, ik wil van me af kunnen kijken. Sommige huizen zijn opgesloten en ik hou niet van opgesloten.
Daarom ben ik zo blij met de huizen die we nu hebben. Ons huis in Den Bosch is een soort uitzichtpost in de stad. We kijken ver een straat in waar van alles gebeurt. Het is een soort wildtoren in het bos van waaraf je reeën kunt bespieden.
In Meppel is het niet anders. Daar kijkt ons appartement uit op een van de drukste pleinen van Meppel. Het uizicht daar heeft iets weg van een groot aquarium. De wereld als aquarium. Over Moddergat hoef ik niet eens te praten. In Moddergat kijken we uit over de hele wereld.
Maar het zit niet alleen in het uitzicht. Het zit volgens mij ook in de grootte van het huis. Ik hou niet van hele grote huizen, van huizen waarin je niet weet wat je met de kamers moet doen.
Ons huis in Den Bosch vind ik zelfs iets te groot. Ons huis in Meppel vind ik ideaal: een grote woonkamer, twee slaapkamers. Meer is niet nodig. Ons huis in Moddergat is eigenlijk geen huis, het is een cocon. Het is buitengewoon klein, maar ik zou er met veel plezier permanent kunnen wonen.
Ik heb ook gemerkt dat de hoogte van kamers een rol speelt. Kamers met een laag plafond dragen niet bij aan een rijke ziel. Een huis moet uitzicht hebben, maar ook hoogte. Plafonds kunnen je onaangenaam naar beneden drukken. De kracht van Meppel zijn de hoge kamers. En de lege kamers. Ik hou ook van lege kamers. Hoe minder troep, hoe beter. Maar dat is ook weer niet helemaal waar. Want de studeerkamer in Den Bosch staat vol met boeken en die kamer vind ik toch een soort baarmoeder.
Het criterium of een huis een rijke of dode ziel heeft, merk je aan het werken. In sommige huizen kan ik buitengewoon goed werken, andere huizen zitten werken in de weg. Ik heb nu het geluk dat ik in alle drie de huizen uitstekend kan werken.
Alhoewel ik niet op alle plekken in de huizen goed kan werken. In Den Bosch kan ik bijvoorbeeld in de woonkamer erg goed werke. In de studeerkamer ben ik graag, maar daar werk ik moeizamer. Dat komt misschien ook door de tafel. Een rijke ziel heeft een grote tafel nodig, vind ik. In de studeerkamer staat nu een miezerig bureau. Dat werkt niet lekker. In de woonkamer daarentegen staat een loei van een tafel -ideaal.
Ik heb wel gemerkt dat het enig geluk vergt om een huis te krijgen met een rijke ziel. Het is niet zo dat je, als je verliefd bent op een huis, meteen een rijke ziel hebt verworven. Zo was ik, toen ik in ons huis in Arnhem binnenkwam, meteen verliefd. Maar het werd geen happy end.
Zo had ik enorm veel last van de snelweg die een paar honderd meter verderop lag. Je hoorde de snelweg eigenlijk niet, maar het hele zachte gesuis had een fnuikende uitwerking op me.
Stilte is ook belangrijk. Misschien wel net zo belangrijk als een uitzicht. Ik ben allergisch voor geluiden waar ik geen invloed op heb, die mij worden opgedrongen.
Ik zit nu in Den Bosch midden in de stad te werken aan een grote tafel. Het uitzicht heb ik beperkt door de gordijnen dicht te doen. Ik hou van cocons. Ik zit dan wel midden in de stad, maar het is muisstil. Ik heb nu het geluk om in rijke zielen te kunnen werken. Dat is ook wel eens anders
geweest.
PS Het is niet onze vrijwillige keuze om drie huizen te hebben. Het huis in Den Bosch willen we graag verkopen. Wie in het bezit wil komen van een rijke ziel, kan zich via dit blog melden.
|
Heft08-01-2012 15:48
Zondag 8 januari, Den Bosch
Rare dag. Een zondag vol plichtplegingen. Om half twaalf begint in Ogterop al een nieuwjaarsconcert met het Noord Nederlands Orkest. Wyb houdt voor het concert een toespraakje en krijgt groot applaus als ze vertelt dat er het afgelopen jaar 15% meer bezoekers in Ogterop zijn geweest.
In de pauze ga ik weg omdat we vanmiddag met Het Zuidelijk Toneel meewerken aan het festival Frisse Oren. Met het festival wordt in Tilburg het nieuwe culturele jaar geopend. Eerlijk gezegd ben ik alweer helemaal ondergedompeld in 2012. Het lijkt of er al een maand voorbij is. Door dit soort activiteiten krijg ik gelukkig opnieuw even een Nieuwjaarsgevoel.
Vanavond werk ik aan een nieuw project. Uitgevers zorgen slecht voor hun schrijvers, vind ik. Stel dat een boek in de voorjaarsaanbieding verschijnt. Het boek wordt dan volop verkocht. De boekwinkels kopen het in, de bibliotheken. Dan komt de zomeraanbieding en alle aandacht gaat uit naar de nieuwe lichting boeken.
Een boek staat tegenwoordig nog maar even in de boekwinkel. Een nieuwe lading boeken zorgt voor nieuwe koopimpulsen, dus er vindt voortdurende verversing plaats. Na een jaar is dat boek uit de voorjaarsaanbieding uit alle winkels verdwenen. Het is nog wel via internet te bestellen, maar er is al geen lijfelijke aanwezigheid meer van het boek.
Als je geluk hebt, raakt het boek uitverkocht. Mocht dat niet het geval zijn, dan worden de exemplaren die overblijven na twee jaar uit de voorraad gehaald en verramsjt, soms zelfs gewoon door de papiersnipperaar gehaald. Vernietigen is goedkoper dan bewaren.
Van de dertig boeken die ik heb geschreven, zijn er nog maar een stuk of vier via internet te bestellen. Zo verdwijnen hele oeuvres uit het zicht. Herdrukken is er nooit meer bij. Dat is alleen weggelegd voor de klassiekers en de grote bestsellers.
Dat wil ik niet laten gebeuren. Daarom heb ik van al mijn boeken de rechten teruggevraagd. Een collega heeft de boeken inmiddels door het kopieerapparaat gehaald. Tegenwoordig is het namelijk mogelijk om er, al kopiërend, een Word-bestand van te maken.
Samen met Ineke heb ik afgesproken dat we per jaar drie oude boeken van mij gaan heruitgeven. De boeken zijn dan verkrijgbaar als gedrukt boek (leve printing-on-demand!) en als e-book. We doen dit onder de naam van Uitgeverij Prinsen. Zodoende zijn over een paar jaar al mijn boeken weer verkrijgbaar.
Als mijn collega er Word-bestanden van maakt, zijn de bestanden niet zomaar te gebruiken. Er komen soms rare tekens in voor en ook met paginanummers en afbrekingen heeft het kopieerapparaat moeite. Vandaar dat ik alle boeken eerst moet opschonen voordat Ineke ze kan vormgeven. Maar goed, dat is altijd nog veel gemakkelijker dan alles overtypen.
Ik heb inmiddels twee boeken helemaal schoon aan Ineke kunnen geven:De jongen met de viool en andere verhalen en De jongen die nooit meer uit zijn hol wilde komen. Binnenkort dus weer bij de betere (internet)boekhandel te bestellen. Jammer genoeg zullen ze niet in de boekhandel staan, want daar staat binnenkort de nieuwe voorjaarsaanbieding.
In de meeste boeken die twintig jaar geleden zijn uitgegeven, hebben boekhandels geen interesse. Dat zegt niets over de behoefte van een lezer die een bepaalde schrijver heeft ontdekt. Die wil ook best de andere boeken van hem kopen.
Gelukkig dat het door al die nieuwe technieken makkelijk wordt om het heft in eigen hand te nemen.
'Geert.'
'Met Martin, we hebben er weer een.'
'Vertel.'
'Heb je het ochtendjournaal al gezien?'
'Nee.'
'Ons staatshoofd heeft een moskee bezocht met een hoofddoek om.'
'Ja? En? Dat is toch heel normaal.'
'Ja, dat is wel normaal, maar dat kunnen wij toch mooi gebruiken. Hé, Geert, je moet wel wakker blijven, hè? Dat betekent dat wij mooi kamervragen kunnen stellen.'
'Zit iets in.'
'Man, daar zit heel veel in, een koningin die zich aan de islam aanpast. Dat is toch belachelijk. We hebben meteen twee vliegen in één klap. We kunnen mooi weer een keer koninginnetje pesten en we kunnen de islam weer eens lekker sarren. Halen we bakken publiciteit mee binnen. Wedden?'
'Klinkt inderdaad niet gek. Maar je weet dat er ook een fotootje van mij is met een keppeltje op.'
'Nou? En? Een hoofddoek staat symbool voor vrouwenonderdrukking. Een keppeltje volgens mij niet. En weet je wat ook zo mooi is?
'Nou?'
'Iedereen heeft het maar over economie, over crisis. Met dit onderwerp kunnen we de boel een beetje afleiden. De onderwerpen waar wij zo gek op zijn, vluchtelingen, islam, komen nauwelijks meer aan bod.'
'Onmiddellijk doen. Je bent goud waard.'
'Kijk, Geertje, dat noem ik nou eens echt iemand ontzettend in zijn brievenbus pissen. Is dit een goed begin van het nieuwe jaar of niet?'
'Een heel goed begin.'
'Highfive?'
'Highfive.'
|
Bloem07-01-2012 15:47
Zaterdag 7 januari, Meppel
Wyb en ik besluiten vandaag niet naar Moddergat te gaan. We hebben geen zin in weer een lange autotocht, ook al zijn we benieuwd hoe ons huisje zich in dit stormweer heeft gehouden.
We besluiten een tocht door de Weerribben en De Wieden te maken, het zompige moerasgebied dat ten westen van Meppel ligt. Het bestaat uit veel vennen, meertjes, sloten, vaarten en veel, heel veel rietvelden. Als je hier met een bootje ingaat, moet je goed de weg weten.
Het is slecht weer en dat maakt het gebied nog mooier. Donkere wolken drijven over het water en het riet. Hier en daar branden rietsnijders het riet, de rookwolken maken het gebied nog onheilspellender.
Wyb en ik speuren naar vogels, maar er laten zich niet veel zien. Op een gegeven moment zien we in een veld vier eenden –of zijn het ganzen?- die we niet herkennen. Gelukkig hebben we onze telescoop bij ons. Voor onze verrekijkers zijn ze te ver weg.
Het blijken Casarca's te zijn, een soort dat we nooit eerder hebben gezien. Tenminste, dat denken we. Als we de soort willen noteren, zien we dat we ze op 16 januari 2009 bij het Lauwersmeer al eerder hebben gezien. Zijn we totaal vergeten.
Halverwege de jaren negentig organiseerden we als Stichting Litteraire Activiteiten Leeuwarden, ik zat in de redactie, een J.C. Bloem dag. Met zo'n zestig mensen gingen we in een bus eerst naar St. Nicolaasga waar de dichter ooit met zijn veel jongere vrouw Clara Egging heeft gewoond.
In St. Nicolaasga schroefden we een gedenkplaat op hun voormalige woonhuis.
Daarna reden we me de bus naar Paasloo waar de dichter ligt begraven. Met z'n zestigen stonden we wat ongemakkelijk rond de twee witte stenen van de schrijvers. Een paar mensen legde bloemen op hun graven. Om ons heen deed de pers zijn werk. Want een stel malloten die naar het graf van
een dode dichter gaan, had blijkbaar nieuwswaarde.
Nog even over St. Nicolaasga. Het is het meest onfriese dorp van Friesland. Sowieso is het een katholieke enclave. Je vindt er zelfs een katholieke kerk. Daar komt bij dat het in en rond het dorp bebost is. Dat is toch zeer uitzonderlijk in Friesland.
De naam Moddergat is een mooie, maar ook in en rond de Weerribben rijden we door plaatsjes die er mogen zijn: Muggenbeet, Moespot, Kolderveen, Ronduite, Roekebosch, Onna, De Klosse, De Kluft en Luttelgeest.
Dan verschijnt op het bord de naam Kalenberg en ik moet meteen aan J.C. Bloem denken. Het was de laatste woonplaats van J.C. Bloem, vandaar dat hij in Paasloo ligt begraven.
Nu we toch in de buurt zijn, besluiten we zijn graf te bezoeken. En zo komt het dat ik voor de tweede keer in mijn leven bij zijn graf sta. Wat betekent dat ik zijn graf vaker heb bezocht dan de graven van mijn opa's en oma's.
Wyb ontpopt zich als grafschender. We maken foto's. Maar Wyb vindt dat een vaasje met bloemen de grafsteen niet mooier maakt. Ze pakt het vaasje, dat in drie stukken uiteen valt. De bloem, helemaal vergaan, verpulvert. Daar had J.C. Bloem vast een mooi gedicht over kunnen maken.
'Ik zet er wel eens een nieuw vaasje neer,' zegt Wyb verontschuldigend. Ik ben benieuwd wanneer we dat doen, want dat zou betekenen dat ik voor de derde keer bij het graf kom. Maar onze intenties zijn goed en we hebben iets goed te maken.
's Avonds gaan we naar Ramses. Het is geafficheerd als een musical, maar het blijkt muziektheater van het hoogste niveau te zijn. De oude Ramses, geteisterd door drank en Alzheimer, kijkt terug op zijn leven. Hierdoor ontstaat een perspectief waardoor het stuk niet ontaardt in het reproduceren van de overigens prachtige liedjes van Ramses.
In de Volkskrant kreeg Ramses zes sterren, en dat is helemaal terecht. Glansrol trouwens voor Hans Hoes, die de oude Ramses speelt. Ik heb hem ook wel eens in een andere hoedanigheid op toneel gezien. Dit stuk is zijn grote revanche.
Er zijn ook vrienden bij de voorstellingen. Zodoende wordt het erg laat.

De graven van J.C. Bloem en Clara Eggink op de begraafplaats van
Paasloo.
|
Zandzakken06-01-2012 15:46
Vrijdag 6 januari, Meppel
'Au.'
'Lex, wakker worden.'
'Au. Niet zo hard… ik slaap… Laat me nou slapen...'
'Lex, je moet wakker worden, de telefoon gaat.'
'O, nee. Hoe laat is het?'
'Kwart over drie.'
'Midden in de nacht?'
'Midden in de nacht.'
'Godverdomme.'
…
'Met Alex hier.'
'Alex, met mammie.'
'Mammie, het is kwart over drie.'
'Een koning moet altijd wakker zijn, altijd waakzaam.'
'Maar waarom belt u?'
'Er is iets fantastisch aan de hand, schatje.'
'Wat dan?'
'Het land loopt bijna onder. Het water stijgt en op een aantal plekken begeven de dijken het.'
'Ja? En?'
'Alex, dit kan een belangrijke moment voor je worden.'
'Hoe bedoelt u?'
'Liefje, je bent een watermanager. Je kunt nu laten zien wat je waard bent. Pak je regenpak en laarzen uit de kast. Redt het land en je wordt een held. Het volk zal aan je voeten liggen.'
'Mammie, het is kwart over drie. Een watermanager bekijkt de situatie van afstand, over een langere periode.'
'Ja, maar dan heb je toch niet goed gekeken. De hele boel dreigt onder te lopen.'
'Daar kan ik toch niks aan doen. Je hebt waterschappen, dijkgraven.'
'Maar je had tegen die dijkgraven toch wel kunnen zeggen dat ze de dijken hadden moeten versterken?'
'Dat weten ze zelf maar al te goed.'
'En dan zeg jij niks? Dan word jij niet boos? Alex, ik wil dat jij nu opstaat en naar Groningen rijdt.'
'En wat moet ik daar dan doen?'
'Zandzakken sjouwen, koeien evacueren, het maakt niet uit. Maar doe iets. Laat zien dat je een watermanager bent.'
'Mammie, er zijn vast genoeg mensen die zandzakken sjouwen. Ik kan niet weg want Max moet morgen al heel vroeg naar New York om wat microkredieten te verstrekken. Ik moet de kinderen naar school brengen.'
'De kinderen naar school brengen? Heb je geen lakei die dat voor je kan doen? Ik heb jullie nooit naar school gebracht. Ik ben zelf ook nooit naar school gebracht. Daar heb je lakeien voor, hoor. Hup, pak je laarzen. Laat zien dat je een man bent.'
'Mammie, over drie uur gaat de wekker. De kinderen zijn over twee uur misschien wel wakker. Ik ga nu echt slapen.'
'De plicht roept je, het volk roept je. Ze willen een watermanager. Pak desnoods een emmer en ga hozen. De mensen willen zien dat je meeleeft. Waarom betalen de mensen in het land anders al die miljoenen aan ons? De mensen in het land willen er ook iets voor terug zien. Ze willen zien dat je je om hen bekommert.'
'Mammie, ik hang u nu echt op. Max ligt hier al wakker naast me en die heeft toch echt haar schoonheidsslaapje nodig.'
'Alex, ik wil dat je je als een man gedraagt. O, had ik maar een gemaal.'
'Pappie is al lang dood, dat weet u ook wel.'
'Helaas wel, ja.'
'Ik ga u nu echt ophangen.'
'Hoor je wel wat je zegt?'
'Wij moeten slapen, mammie. Anders zijn we morgen niks waard.'
'Alex doe nou alsjeblieft niet zo slap. Heb je vanavond weer te veel pilsjes gedronken?'
'Helemaal niet. U weet ook wel dat ik sinds nieuwjaar aan de lijn doe. Max vond mijn buikje te veel groeien, en dat begrijp ik best. Ik ga nu hangen, echt.'
'Alex, als jij me ophangt, moet je niet denken dat ik dit jaar afstand van de troon doe. Als jij nu niet je laarzen aantrekt, weet ik zeker dat je nog niet geschikt ben voor het koningschap.'
Toettoettoettoettoettoet.
'Alex?'
Toettoettoettoettoetteot.
…
'Was dat mammie?'
'Ja.'
'Wat zei ze?'
'Dat ik in Groningen zandzakken moest gaan sjouwen.'
'Alsof zandzakken belangrijker zijn dan microkrediet.'
'Lieve schat, ik wil nu echt slapen.'
'Kusje.'
'Hier dan.'
…
'Nee, Max, niet doen. Ik heb nu echt geen zin. Ik heb hoofdpijn. Ik werd zo plotseling wakker.'
'Even.'
'Nee, niks even. Ik draai me nu om.'
'Doe nou niet zo flauw.'
'Nee, afblijven. Echt niet. Hé, hoor ik daar niet een van de kinderen huilen?'
|
Vrijheid05-01-2012 15:45

Donderdag 5 januari, Den Bosch
De puber, die daar gebogen en ietwat verslagen voor die oranje tent zit, ben ik. Ik ben op deze foto 15 of 16 jaar, precies weet ik dat niet. Het is dus 1969 of 1970. Ik hoop dat het 1969 is, want dat is het jaar dat Wyb werd geboren. De foto is genomen in Zoutelande, in Zeeland.
Het is heel goed mogelijk dat ik net hiervoor de film Easy Rider heb gezien. Het kan ook goed dat ik niet lang hiervoor, samen met Jacques, op televisie beelden van Woodstock zag. De film kwam in 1969 uit en het popfestival vond ook in dat jaar plaats. Jacques en ik vonden beide gebeurtenissen prachtig. Wij waren namelijk ook hippies. Het was onze film, ons popfestival.
Jacques en ik waren bevriend met Hans. De ouders van Hans hadden een woonboot in de Waalhaven liggen. Bij die boot lag een sloep en in het voorjaar van dat jaar besloten we met die sloep een lange reis te maken.
De sloep was in slechte conditie. Het vergde dagen en dagen schuren en lakken om hem weer enigszins op te lappen.
Tegen de grote vakantie was onze boot klaar en kon onze grote reis beginnen. Wij waren zwervers, hippies, wij zouden de grote wereld gaan ontdekken. Voor het eerst gingen we zonder onze ouders op vakantie. Vrijheid! Eindelijk vrijheid!
We zetten een tocht uit. We zouden via de Waal over het Maas en Waal Kanaal naar de Maas varen. Via de Maas zouden we naar Frankrijk proberen te varen.
Het motortje pruttelde. Het water spatte omhoog als we door een golf voeren veroorzaakt door een vrachtboot. Het water van de Waal en de Maas rook naar vrijheid. We voeren een dag, twee dagen. Onze tenten zetten we op aan de oevers van de Maas.
Maar ik voelde dat er iets niet goed zat. Hans zat veel aan het roer wat voor zich uit te staren, hij praatte weinig met ons en lachen deed hij al helemaal niet.
's Ochtends werd het duidelijk. Toen we wakker werden, liep Hans triest over het kleine strandje. Op het strandje had hij in grote letters ZOAlS HET KLOKJE THUIS TIKT, TIKT HET NERGENS geschreven. Terwijl we het brood smeerden, kwam het hoge woord eruit. Hij had heimwee, wilde naar huis. Hij vond het niet leuk om steeds verder van huis te moeten varen.
Die dag bleek dat je ook op het water kunt liften. We staken onze duim op en mochten onze sloep achter een groot vrachtschip hangen. In één dag waren we thuis. Op die tocht naar huis zei Hans niets meer tegen ons en wij niet tegen Hans. Die dag hebben Jacques en ik een vriend verloren.
Deze teleurstelling deed echter niets af van het feit dat Jacques en ik aan de vrijheid hadden geroken, dat we toch hippies waren, dat we door de wereld wilden trekken.
Eenmaal thuis besloten we door Nederland te gaan liften. Het voert te ver om te vertellen wat we allemaal meemaakten, maar het wonderlijke is dat ik alles nog precies weet. Daarna ben ik nog tientallen keren op vakantie geweest. Van de meeste vakanties kan ik me nauwelijks iets herinneren, maar van deze trektocht kan ik me vrijwel elke dag herinneren. Ons geheugen is gek op dingen die je voor de eerste keer meemaakt.
Onze eerste reisdoel was Zoutelande, waar ome Theo, mijn lievelingsoom, samen met tante Annie en Yvonne op een camping stond. Ome Theo was een van de weinige volwassenen die ons begreep, dus we reisden graag naar hem toe.
We werden allerhartelijkst ontvangen en Jacques en ik zetten onze tent op naast de bungalowtent van Ome Theo en Tante Annie. Die nacht kwam de hemel naar beneden. Het regende zoals het zelden regent. Tenten liepen onder, mensen moesten werden geëvacueerd.
Jacques en ik gedroegen ons kranig. We kregen van Ome Theo een schop en wij liepen met onze blote lijvennaar buiten. Wij groeven diepe sleuven zodat het water mooi kon weglopen. Hierdoor bleef zowel ons tentje als de bungalowtent van ome Theo en tante Annie kurkdroog. Moe maar voldaan kropen we onze droge tent in.
De volgende dag werden we wakker door iemand die vlakbij onze tent stond te schreeuwen. Het bleek de campingeigenaar te zijn. Wie godverdomme die sleuven in zijn mooie terrein had gegraven. Voor iedereen was het duidelijk dat Jacques en ik dat hadden gedaan, ook voor hem. Of wij onmiddellijk de camping wilden verlaten.
Ome Theo en tante Annie gingen nog een goed woordje voor ons doen, maar dat mocht niet baten. Wij moesten onmiddellijk, maar dan ook onmiddellijk, het terrein verlaten.
Op de foto hebben we onze bagage al ingepakt. We hoefden alleen nog maar de tent af te breken. Ik zit er op de foto wat triest bij, maar als ik het me goed herinner, was daar geen sprake van. Het was voor Jacques en mij duidelijk dat Het Grote Avontuur was begonnen. Een half uur nadat deze foto werd gemaakt, zwaaiden wij onze rugzakken op onze rug en wij trokken verder, Het Grote Avontuur tegemoet. Jacques en ik hadden de smaak te pakken, we wisten het zeker: we zouden nog veel meemaken.
P.S. De tante Annie waar in het blog sprake van is, leeft nog steeds. Het toeval wil dat ze uitgerekend vandaag 78 jaar is geworden. Ik heb haar vanmorgen gebeld om te feliciteren, maar ik weet niet zeker of ze wist wie ze aan de lijn had.
Het valt me op dat ze altijd met veel plezier mijn naam noemt. Het lijkt wel alsof het noemen van mijn naam haar doet herinneren aan dat mooie verleden waar ze voornamelijk in leeft.
Het is stom, maar toen ze opnam, zei ik: 'Lieve tante met je Neef, van harte gefeliciteerd.' Ik noemde dus niet mijn naam. Ik merkte ze dat ze er tijdens het gesprek ook niet op kon komen.
|
Steekvlam04-01-2012 20:35
Woensdag 4 januari, Meppel
Ik heb een paar dagen geleden ontdekt dat Gerbrand Bakker ook een blog heeft, www.gerbranddingetje.nl. Ik schrijf niet alleen graag blogs, ik lees ze ook graag.
Dat heeft een aantal redenen. Op de eerste plaats vind ik het hapsnap karakter van een blog leuk. Met het lezen van een blog zapp je als het ware door iemands leven, dat heeft z'n charme, vind ik. Op de tweede plaats heeft het iets voyeuristisch. Dat is ook aantrekkelijk. Ik ken Gerbrand Bakker alleen als romanschrijver en door zo'n blog krijg je een inkijkje in zijn leven. Ik ben gek op andermans levens. Ik hou ervan om biografieën te lezen, maar blogs zitten nog veel meer op de huid van het leven.
Het zijn soms van die futiliteiten die je kunnen treffen. Zo lees ik in zijn blog: 'Ik ken momenteel niet eens een rode kater. De liefste en mooiste ooit –Barbaar- is al heel lang dood. Die kon machtige scheten laten als hij zich uitrekte.'
Door zo'n zin zijn mijn gedachten meteen bij Dickens, onze laatste hond. Wij haalden hem uit het asiel toen hij vier jaar was en hij was totaal onopgevoed. Hij had schijt aan alles en iedereen. Hij liep weg als het hem uitkwam. Hij had maar één ding in het hoofd: eten.
De eerste keer dat hij wegliep, vonden we hem in een slagerij en vrat hij daar de worsten op. Gelukkig zag de slager de humor ervan in. De maanden daarna konden we hem, als hij weer eens wegliep, altijd bij de vissers bij de visvijver vinden. Hij raasde dan langs de vissers en vrat hun visvoer op. De vissers konden daar helemaal niet de humor van inzien.
Eerlijk gezegd had ik hem al opgegeven, beschouwde ik hem als totaal onopvoedbaar. Het is aan het geduld van Wyb te danken dat hij een paar jaar later keurig los aan de voet kon meelopen en dat hij eindelijk wist wie zijn baasje en zijn vrouwtje waren. Hij hield altijd iets ondeugends, maar we hoefden ons niet meer voor hem te schamen.
Toen we hem uit het asiel haalden, hebben ze ons een belangrijk ding niet verteld. En dat was dat hij verschrikkelijke scheten liet. Er waren dagen bij dat Dickens een levende gifgasbom was. Soms lag hij te slapen en dan liet hij heel geniepig de meest afschuwelijke scheten. Het gebeurde wel eens dat wij een voor een de kamer uitvluchtten omdat de stank niet meer te harden was.
Ik herinner me precies nog de stank. Die scheten hadden een geur die ik nooit eerder had geroken. Ze deden me altijd aan verrotte hondenbrokken denken. Zelf vond hij het volgens mij wel lekker. Als hij ons weer eens de kamer had uitgejaagd, ging zijn kop omhoog en snoof hij tevreden zijn eigen stank op.
Vreemd eigenlijk, vroeger speelden scheten een veel grotere rol in mijn leven dan nu. Er was een tijd dat we in de familie de gewoonte hadden om scheten in brand te steken. Of dat in andere families ook gebeurde, weet ik eigenlijk niet. Maar regelmatig dat een van mijn ooms of tantes met de benen omhoog lag omdat hij of zij een scheet moest laten. Wij hielden er dan een lucifer bij en als mijn oom of tante dan de scheet liet, speelde er een blauwe vlam over het kruis heen. Soms was er zelfs sprake van een steekvlam.
Een keer leidde dat tot een bijna ramp. We waren weer eens in een baldadige bui. 'Ja, nu,' riep Lies en ze lag al met de benen omhoog op de grond. Snel pakte ik het luciferdoosje dat voor de gelegenheid klaar lag. Ik stak de lucifer aan en hield het in de buurt van haar kruis. Er klonk een harde knal. Het effect was navenant. Het leek wel vuurspuwen. Wij keken geïmponeerd toe. Wij hadden veel van dit soort vlammen gezien, maar deze sloeg alles.
Maar onze bewondering sloeg snel over in ontzetting. Door de vlam vatte haar nylonslipje vlam. In snel tempo zagen we het weg schroeien. Lies sprong in paniek op. Probeerde het schroeien te stoppen. Tevergeefs. Binnen een paar seconden was haar slipje verdwenen en had ze alleen nog een elastiek om haar middel.
Ik praat nu over de jaren zeventig. Boertig was toen nog heel gewoon. Ik hoor nu niemand meer over scheten praten. Ik zie ook nooit meer iemand op de grond gaan liggen met de benen omhoog. Het kan zijn omdat mijn ooms en tantes of dood of te krakkemikkig zijn.
Maar zelf lig ik ook nooit meer op de grond met de benen omhoog. Ik moet er niet eens aan denken. Ik denk dat ik gewoon te geciviliseerd ben geworden. Toch jammer.
|
Dagobert Duck03-01-2012 20:34
Dinsdag 3 januari, Den Bosch
Als het hart zou kunnen denken, hield het op met kloppen.
Oei. Opeens kom je zo'n zin tegen. Een mokerslag. Ik vind het in hetBoek der rusteloosheid, geschreven door Fernando Pessoa. Ik kreeg het gisteren van Matthijs cadeau. Volgens hem is Pessoa een van de eerste bloggers.
Ik zelf heb de evangelisten ooit eens de eerste bloggers genoemd. Maar ik denk dat hartstochtelijke briefschrijvers van vroeger ook bloggers waren. Zo denk ik dat Flaubert een blogger was. En niet te vergetenSamuel Pepys.
Het is trouwens een prachtige titel, vind ik, Boek der rusteloosheid. Dit blog heet nu Dossiermoddergat.nl, maar een mooie andere naam zouDossierderrusteloosheid.nl zijn geweest. De vlag zou de lading dekken.
Het Boek der rusteloosheid heeft 649 bladzijden. Ik heb de eerste drie bladzijden nu gelezen. Het boek is geen pageturner, het boek is een prachtige cognac waar je aan moet nippen. Zo nu en dan zal ik het uit de kast halen en een paar pagina's lezen. Ik heb een paar van zulke boeken waar ik dat meedoe. Dagboek van een dichter van Leonard Nolens is ook zo'n boek, 1056 bladzijden.
Goed beschouwd is mijn studeerkamer een schatkamer. Het is toch fantastisch dat je in één kamer de mooiste boeken van de wereld hebt verzameld. Niet dat er alle mooie boeken van de wereld staan, maar wel een heleboel.
In feite ben ik een soort Dagobert Duck. Ik zwem niet in het geld, maar wel in de mooiste woorden die op deze aarde door mensen zijn geschreven. Zo kreeg ik gisteren nog een ander boek van Matthijs, de biografie van de poolse dichteres Wislawa Szymborska. In haar boek lees ik:
In elke druppel inkt zit een flinke voorraad
jagers met toegeknepen oog,
klaar om langs de steile pen omlaag te rennen,
de zee te omsingelen en aan te leggen voor het schot.
Prachtige strofe uit het gedicht De vreugde van het schrijven. Ik zou me zo graag een paar dagen in mijn schatkamer willen opsluiten, er een paar dagen helemaal niet uitkomen en alleen maar zitten lezen, de rusteloosheid achter me laten. Stel dat ik stinkend rijk was, nooit meer hoefde te werken. Ik zou de gordijnen van de schatkamer dichtdoen en eindeloos gaan zwemmen in woorden.
Ik zwem wat door het Boek der rusteloosheid en kom op bladzijde 108 de volgende tekst tegen: 'De enige houding die een superieur mens past, is koppig doorgaan met iets waarvan hij inziet dat het geen zin heeft, zichzelf onderwerpen aan een discipline waarvan hij weet dat ze vruchteloos is, en steevast filosofische en metafysische normen hanteren waarvan hij aanvoelt dat ze geen betekenis hebben.' De tweede mokerslag. Het spreekt voor zich dat zo'n passage mij als blogger aanspreekt.
Ik vind trouwens dat ik in een bijzondere periode leef. Ik ben een van de laatste brievenschrijvers van deze wereld geweest. Twaalf jaar lang schreef ik Jacques elk jaar een maand lang elke dag een brief. Zo liggen er boven op zolder nog zo'n 356 brieven. In mijn leven heb ik de totale ontwikkeling van de computer meegemaakt, de opkomst van internet, de explosie aan bloggers. Ik ben de overgang, ik was de hartstochtelijke brievenschrijver die overstapte op het bloggen. Ik markeer het einde van de brief, het begin van het blog.
Tenslotte wil ik nog even eerlijk zijn. Ik begon dit blog met de zin 'Als het hart zou kunnen denken, hield het op met kloppen'. Ik moet bekennen dat ik niet weet of de zin zo precies in Boek der rusteloosheidstaat. Ik heb een zin met dergelijke strekking gelezen, maar kan hem in die 649 pagina's niet meer terugvinden. Als ik hem ooit weer eens opduik, zal ik laten weten hoe Pessoa, maar vooral de vertaler, hem precies heeft geformuleerd.
|
|