|
Archief
|
Inspiratie31-01-2012 20:39
Dinsdag 31 januari, Den Bosch
Ik vind het jammer dat ooit iemand het woord inspiratie heeft uitgevonden. Het lijkt alsof dit woord wat betekent, maar het betekent volgens mij niet zoveel. Ik vrees dat het voor een romantische dwaling staat. Inspiratie heeft wat tijd gekost in de geschiedenis van de mensheid. Er zijn heel wat mensen die dagen hebben doorgebracht met alleen maar wachten op inspiratie.
Ze wachtten tevergeefs, want het magisch moment dat bij inspiratie zou horen, de ingeving, het moment dat je het opeens wel weet, is een idee-fixe. Meer dan 50% van de keren dat ik een blog begin te schrijven, weet ik niet waarover ik moet schrijven. Als ik zou gaan zitten wachten op inspiratie, zou er nooit een blog komen.
Bij het creëren van dingen zijn volgens mij twee zaken belangrijk. Op de allereerste plaats: concentratie. Het richten van de geest. Op de tweede plaats gaat het om: werken. Gewoon aan de slag gaan.
Ik hoorde gisteren op de radio iemand zeggen dat werk uit werk voortkomt, en dat is een waar woord. Als je achter een computer gaat zitten, begin je als vanzelf te schrijven.
Concentratie. Een heleboel dingen uitschakelen, je richten op één ding. Daar gaat het om. Nadat ik twee boeken had geschreven, was ik eerlijk gezegd niet meer bang voor een writers block. Ik wist dat ik altijd weer nieuwe ideeën voor boeken zou krijgen. Dat kwam voornamelijk omdat ik doorhad dat het een kwestie van concentreren is.
En dat concentreren heeft zeker niet meteen resultaat. Maar je moet beginnen met het planten in je kop van een zaadje. Als een boek af is, denk ik heel intensief: en nu moet er een nieuw boek komen. Ik geef mijn hersens als het ware een opdracht. En verdomme, het mooie is dat mijn hersens redelijk goed naar me luisteren.
Het idee dat ik een boek wil gaan schrijven, duikt dan met vlagen in mijn hoofd op. Ik heb de hersens gericht en die hersens zoeken naar alles wat een aanleiding voor een nieuw idee zou kunnen zijn. Opeens ben ik hypergevoelig voor allerlei indrukken. Zonder dat ik het idee in mijn hoofd plant, gebeurt er niks.
Door dat concentreren, begin ik als een gek te associëren. Opeens kan ik iets met allerlei andere dingen in verband brengen. Ik zie verbanden die ik normaal gesproken nooit zie. Ik kom in een bepaalde sfeer. Het zijn mijn meest creatieve periodes. Uit de chaos van deze wereld komt opeens een nieuw idee te voorschijn, wat ik toch altijd weer een wonder vind.
Maar een idee is slechts een embryonaal iets. Het is iets wat niet zelfstandig kan leven. Het is een indruk, een geur, een plotje, een zin, een woord, in ieder geval iets wat voor mij van belang is. Maar vaak is het genoeg. Het is een ding dat in mijn geest blijft haken en de creatieve motor bij mij ingang zet.
Maar dan? Moet ik wachten tot de embryo groter wordt? Moet ik eerst het hele verhaal uitdenken? Uit ervaring weet ik dat je soms te lang kunt denken. Dat je iets kapot kunt denken.
Het is me een paar keer overkomen dat ik een idee te lang in portefeuille hield. Ik merkte dat het idee ging slijten. Het verloor de magie die het idee in het begin voor me had. Het sleet soms zo dat ik er niks meer aan had. Het moment waarop ik het leven in had kunnen blazen had ik voorbij laten gaan.
Er is maar één manier waarop ideeën tot ontwikkeling komen: gewoon aan het werk gaan. Ik heb twee methodes om een boek te schrijven. Soms verzin ik het hele boek en beschrijf ik, voordat ik werkelijk begin te schrijven, elk hoofdstuk met twee, drie woorden. Soms weet ik helemaal niet waar een boek heengaat, heb ik alleen een vaag idee over de kern.
Het gebeurt me heel vaak dat ik volstrekt niet weet hoe ik een hoofdstuk ga invullen, waar ik over ga schrijven. Vroeger vond ik dat heel eng. Inmiddels weet ik dat het niets uitmaakt. Ik ga zitten en tot nu toe kwamen de woorden altijd vanzelf.
Niet dat ze altijd even briljant zijn, maar er komen altijd woorden. Dat is trouwens ook een handicap die je jezelf kunt bezorgen, altijd denken dat het briljant moet zijn. Mijn advies: gewoon gaan schrijven en als je het achteraf niet goed vindt, kun je het altijd nog deleten. Maar je hebt tenminste iets, en dat is het belangrijkste. Want wat je hebt kun je kneden, manipuleren, verbouwen, in bruikbare delen knippen. Het is vrijwel altijd de basis voor weer iets nieuws. Werk komt uit werken voort.
|
|
Aanvallen30-01-2012 20:38
Maandag 30 januari, Den Bosch
'Met Krisztina.'
'Met Martin.'
'Ha, Martin. Wat leuk dat je belt.'
'Is de Führer er ook?'
'Martin toch.'
'Grapje. Maar kan ik Geert even spreken?'
'Psssst. Nee, ik ben er niet.'
'Goh, nee Martin. Geert zit op de wc. Kan hij je zo terugbellen?'
'Natuurlijk. Laat hem maar gewoon even rustig zitten. Dag.'
'Dag, Martin.'
'Godverdomme, waarom zei je nou dat ik op de wc zat. Moet ik hem zo weer terug bellen.'
'Maar je kunt je toch niet zomaar afzonderen? Je moet een partij leiden.'
'Lijden met lange ij.'
…
'Geert, moet je Martin niet terugbellen? Hij zal wel denken: die zit aan de wc gekleeft.'
'Dat kan toch gebeuren. We hebben allemaal wel eens een verstopping.'
'Niet zo lang. Bel hem nou maar even terug.'
'Moet dat?'
'Ja, dat moet.'
'Nou, goed dan.'
….
'Met Geert.'
'Ah, fijn dat je terugbelt. Alles goed met je? Je zat zo lang op de wc.'
'Nou, soms gaat niet alles van het leien dakje. Het zit niet altijd mee met mijn stoelgang.'
'Met de partij ook niet.'
'Wat bedoel je?'
'Je volgt de peilingen toch wel? Ze vinden ons niet meer leuk.'
'Tsja.'
'Niks tsja, Geert. Aanvalluhhh, met je kop op de televisie. Dingen zeggen waar de mensen boos van worden. Die Roemer eens even onder zijn ballen trappen.'
'Martin, doe nou niet zo ordinair.'
'Geert, al die Henk en Ingrids, al die blonde taarten en foute aannemers willen een Geert die Roemer en die hele Haagse kliek een kopje kleiner maakt.'
'Dus je wilt dat ik in debat ga met een maoïst? Martin, waar moet het heen met ons land dat mijn belangrijkste concurrent een maoïst is. Ik word gek.'
'Dondert niet. Je moet meer met je kop op televisie. We gaan onderuit in de peilingen. Nogmaals: aanvallen.'
'Martin, ik wil best wel eens twitteren ofzo, maar ik wil niet op televisie. Altijd dat zuigen van die journalisten. Ik wil er niks meer mee te maken hebben.'
'Jij bent de partijleider.'
'Tegen zo'n partij is niet op te leiden. Echt niet. Gaan we in Den Haag een nota over het misstanden in het verkeer schrijven, moeten we zelf de klachten verzinnen.'
'Dat kan gebeuren, hoor. We zijn een beginnende partij en dan komt er wel eens wat wrakhout meedrijven. Is gewoon leergeld.'
'Dan is er in Den Haag ook nog zo'n penningmeester die de partijkas leegrooft. Vind je het gek dat de mensen weglopen.'
'Het lijkt er soms op dat je ook wilt weglopen.'
'O ja? Wat zei je Krisztina? Staat de beveiligingsauto al voor? Oh, Martin, sorry, maar ze staan op ons te wachten. Ik zal weer wat vaker op de televisie komen. Beloof ik.'
'O, Geert, nog één dingetje.'
'Ja?'
'Wil je nooit meer van die domme tweets over het koningshuis versturen. Dat kost ons zomaar drie zetels.'
'Ja, ja.'
'Je lijkt soms wel op Woutertje Bos, was ook opeens z'n politieke intuïtie kwijt. Ik hoop niet dat jij er dadelijk ook mee stopt omdat je huisvader wilt worden.'
'Nee, daar hoef je niet bang voor te zijn, haha. Ja, Krisztina, nog even. Ik kom zo.'
'Het lijkt me het verstandigst dat je mij eerst je tweets laat zien als je ze verstuurt.'
'Oké, Martin zal ik doen. Maar ik moet nu echt ophangen. Ja, Krisztina, rustig, ik kom. Martin, tot ziens.'
'Ja, dag.'
…
'Waarom verzin je nou een smoesje? Waarom maak je het gesprek gewoon niet af? Ik vind Martin altijd verstandige dingen zeggen.'
'Ik geloof dat ik weer even op bed ga liggen. Ik ben gewoon een beetje moe. Als de telefoon gaat, niet opnemen, hoor. Ik wil gewoon even lekker slapen. Vind je toch niet erg, hè?'
'Slaap lekker, schat. Wil je een kruik? Het is zo koud.'
'Ja, heerlijk.'
|
|
Functie29-01-2012 20:36
Zondag 29 januari, Den Bosch
Je bent wie je bent. Maar je bent ook wie je wordt. Cryptische zin. Maar gisteravond en vandaag zag ik het weer. Het heeft met het volgende te maken.
Op een gegeven moment kon ik in Leeuwarden, toen ik daar theaterdirecteur was, geen boodschappen meer doen. Ik was inmiddels een Bekende Fries geworden. Als ik boodschappen ging doen, kwam ik niet meer thuis.
Iedereen wilde een praatje maken, iedereen wilde iets kwijt. Dat ze naar Verona waren geweest, bijvoorbeeld, en dat ze daar zo'n prachtige opera hadden gezien. Dat ik toch zeker die en die pianist naar Leeuwarden moest halen en meer van dat soort dingen.
Directeur van een theater zijn, heeft blijkbaar iets magisch. Daarvoor was ik hoofd marketing, begaf ik me in de luwte. Opeens word je directeur van zo'n theater en word je iemand anders. Opeens willen mensen je graag kennen en met je praten.
Gisteren en vandaag zag ik het ook bij Wyb. En het mooie is dat een functie je ook verandert. Je gaat je gedragen, eigenlijk gebeurt dat vanzelf, naar je functie. Zo ben je, zoals in mijn geval, die hoofd marketing, zo ben je een man van aanzien die midden in een stedelijke gemeenschap staat.
Ik zelf heb dat altijd erg gerelativeerd. Ik heb mij nooit verward met mijn functie. Veel collega's heb ik in het verleden hun functie zien worden. Ze geloofden meer dan 100% dat zij die functie waren. Buiten die functie was er nauwelijks een eigen ik meer over. Ik heb dat van nabij meegemaakt.
Het kan tot een tragische situatie leiden als zo'n directeur, om wat voor reden dan ook, ontslag, pensionering, zo'n functie niet meer heeft. Dan wordt hij teruggeworpen op zijn eigen ik dat inmiddels niet meer bestaat. Wat doe je dan?
Zo heb ik theaterdirecteuren voor de volle 100% zien geloven dat de schouwburg van hen was. Zij werden zo voortdurend bevestigd in hun belangrijkheid dat ze begonnen te geloven dat ze onmisbaar waren en dat de schouwburg hun eigen persoonlijke eigendom was.
Zo heb ik een paar directeuren die afscheid namen, horen zeggen dat ze voor de aankomende jaren een beleidsnota hadden gemaakt zodat hun opvolger precies wist wat hij moest doen. Ik moest dan altijd lachen. Want als die opvolger zich inderdaad aan zo'n beleidsplan zou gaan houden, dan is hij geen knip voor de neus waard. Een goede directeur wil zijn stempel op het bedrijf drukken en wil het vermoedelijk totaal anders doen dan zijn voorganger. En dat is maar goed ook, want zo nu en dan, en dat geldt voor elk bedrijf, moet de boel goed opgeschud.
Gisteravond zitten we na een voorstelling van Golden Palace nog wat na te drinken. Ik zie Wyb het middelpunt van veel drukte zijn. Ik vind het leuk voor Wyb dat ze dat meemaakt, maar zelf ben ik zo godvergeten blij dat ik weer een outsider ben, iemand die alleen maar hoeft te kijken, niets hoeft te vinden, iemand die met rust wordt gelaten, die, om met Ramses te spreken, zijn eigen gang kan gaan. Ik kan zo verschrikkelijk genieten van de anonimiteit. Ik moet oppassen, dadelijk word ik nog echt een kluizenaar. Nou ja, als taxichauffeur ben je altijd onder de mensen.
|
|
Hereniging27-01-2012 21:16
Vrijdag 27 januari, Moddergat
We rijden door een donker Friesland naar Moddergat. De maan staat heel lief aan de hemel, heeft iets weg van een verlicht wiegje dat in de lucht hangt, een modern sprookje.
Als we in Moddergat aankomen, is ons huis door en door koud. Het duurt zeker anderhalf uur voordat het een beetje warm is. Wyb haalt een dekbed van boven en in een stoel kruipt ze onder het dekbed om warm te worden.
Ik moet toch constateren dat al die voorspellers er dit jaar weer naast zitten. Het zou een ongekend koude winter worden. Tot nu toe hebben we daar gelukkig niets van gemerkt. Ik zeg gelukkig omdat al dat gereis van ons tussen Den Bosch en Meppel met een strenge winter een stuk beroerder wordt.
Esmee, Arjan en Malu zijn vanochtend om half zes op Schiphol geland, terug van Thailand. Ik ben toch altijd weer blij als zo'n vliegtuig veilig in Nederland aan de grond staat.
Het internet is de eerste anarchistische staat in de wereld. De vrijheid is totaal. Maar je ziet dat overheden eraan binnen te morrelen. Er komen download verboden en zelfs twitter heeft laten weten dat het tweets kan censureren die een bepaald land niet welgevallig zijn. Er moet maar snel een alternatief voor twitter komen. Ik vind het erg prettig dat er tenminste één anarchistische plek op deze wereld is.
Anne is druk met haar scriptie bezig. Gisteren klaagde ze dat ze alleen nog maar aan die scriptie kan denken. Als ze met vrienden iets gaat doen, kan ze alleen maar over die scriptie praten.
We komen tot de conclusie dat het met tunnelvisie heeft te maken. Vandaag dwingt ze zichzelf om er niet te veel aan te denken en tussendoor ook leuke dingen te doen.
Yvonne uit Eindhoven belt dat het met mijn laatste tante die nog in leven is niet goed gaat. Vandaag is bij haar Alzheimer geconstateerd. Ik hoop niet dat ze hetzelfde aftakelingsproces als mijn moeder gaat meemaken.
In Meppel ontmoet ik sinds lang weer Gertjan Slagter die voor Wyb een huisstijl voor Ogterop ontwerpt. Als we in De Harmonie een mooi ontwerp nodig hadden, dan vroegen we Gertjan.
We blijven liefst drie uur ouwehoeren over het verleden. We weten zeker dat het vroeger leuker was. Zijn we ouwe zakken aan het worden? Ja, we zijn ouwe zakken aan het worden, maar dat neemt niet weg dat het vroeger inderdaad leuker was.
Maar ja, dat dachten onze ouders misschien ook wel. Klopt. En vermoedelijk hadden die ook gelijk. Ook voor hen was het vroeger leuker. En hun ouders waren daar misschien ook wel van overtuigd. Wij geloven dat onmiddellijk. En hiermee is aangetoond dat het steeds minder leuk op de wereld wordt.
Uit de drab van de herinnering bubbelen soms rare herinneringen naar boven.
Ik zit in de eindexamenklas van de middelbare school. Ik had een docente Nederlands, Henriette Vreezen. Ik weet niet meer hoe het ter sprake kwam, wat de aanleiding was, maar op een gegeven moment zei ze tegen me: 'Volgens mij sterf jij omdat je wordt doodgeschoten.'
'Hè, wat zeg je nou?'
'Ja, volgens mij ga je dood omdat je wordt neergeschoten.'
'Waarom?'
'Omdat je zo fanatiek bent.'
Ze zou me nou eens moeten zien zitten: moe, maar wel heel braaf mijn dagelijks blog schrijvend. Nog steeds niet neergeschoten.
|
|
Mus 226-01-2012 21:10
Donderdag 26 januari, Den Bosch
Mussen. Een mooi onderwerp, vind ik zelf. Daarom verheugde ik me al de hele dag om een blog te schrijven met de titel Mus 2. Ik wist precies hoe het blog eruit zou moeten zien. Ik zou wat gedichten over mussen in het blog zetten en foto's die ik ooit van mussen op Schiermonnikoog heb genomen.
Mooi hulpmiddel daarbij, leek me, was een van de eerste cadeaus die ik van Wyb kreeg. Het is een gedichtenbundel met de titel Licht zijn en de wolken tillen. De ondertitel luidt: Nederlandstalige gedichten over vogels.
Als ik thuiskom, pak ik meteen de bundel. Ik blader opzoek naar een gedicht over de mus. Ik kom echter geen enkel gedicht over een mus tegen. Daarom blader ik het zorgvuldig nog maar eens bladzijde na bladzijde door. Maar ook nu: geen enkell gedicht over een mus.
De bundel staat vol met gedichten over de nachtegaal -bij deze Vogeltelling staat deze vogel verreweg op plaats 1-, zwanen en zwaluwen. Voor de mus, die dagelijks om ons heen hipt, geen enkel gedicht.
Ten einde raad tik ik op google 'gedichten over mussen' in. Eerste suggestie is een rare site die 1001 gedichten heet. Er staat één gedicht over een mus op. Het is helaas te slecht om te citeren. Verder heeft Joke van Leeuwen een bundel uitgebracht met de titel Wuif de mussen uit. Waarom de bundel zo heet, wordt me bij het surfen niet duidelijk. Ik kom in ieder geval geen enkel gedicht over de mus tegen.
Het enige gedicht dat ik over de mus wel vind, is een klassiek gedicht van Jan Hanlo. Volgens mij heb ik het wel eens eerder in Dossiermoddergat.nl geciteerd. Het gaat als volgt.
De Mus
Tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp
Tjielp
etc.
Jan Hanlo
Dit is verreweg het meest bekende mussengedicht. Het staat op verschillende muren in Nederland en Tom America heeft er ooit een compositie van gemaakt.
Verder is het zoekresultaat om te huilen. Er bestaan in de Nederlandse literatuur dus geen gedichten over de meest voorkomende vogel in ons land.
Onze dichters dichten wel over de nachtegaal, zo'n laffe vogel die zich nooit durft te laten zien, wel over zo'n protserig verschijnsel als de zwaan of over de zwaluw, een vogel die zo snel vliegt dat je hem nauwelijks ziet, maar over de mus, onze huis, tuin en keukenkameraad, zwijgt de Nederlandse dichter. Erg teleurstellend.
Ik kom nog wel een light verse van Bert Schierbeek tegen waar ik vrolijk van wordt.
Zegt Li:
een pond veren
vliegt niet als
er geen vogel in zit
Bert Schierbeek.
Omdat het vandaag Gedichtendag is ten slotte nog een gedicht.
Ballade van de kleine vogelwachter
De buizerd, roestend op zijn paal,
de havik die een postduif sloeg,
de torenvalk in stil gebed-
hij keek ze aan met grote ogen,
ernstig, stil en opgetogen.
Schriftjes vol met observaties,
veren, botjes, muizenschedels
kostbaar als een kinderschat-
aan de mussen kon hij horen
waar de uil verscholen zat.
Het jongetje is weggevlogen
in een man met grote dromen
en een wankel evenwicht-
zo nu en dan, bij helder zicht,
wordt hij als dwaalgast waargenomen.
Ingmar Heytze

Mussen beroven ons op Schiermonnikoog van appeltaart.
|
|
Staat26-01-2012 21:10
Vrijdag 27 januari, Moddergat
We rijden door een donker Friesland naar Moddergat. De maan staat heel lief aan de hemel, heeft iets weg van een verlicht wiegje dat in de lucht hangt, een modern sprookje.
Als we in Moddergat aankomen, is ons huis door en door koud. Het duurt zeker anderhalf uur voordat het een beetje warm is. Wyb haalt een dekbed van boven en in een stoel kruipt ze onder het dekbed om warm te worden.
Ik moet toch constateren dat al die voorspellers er dit jaar weer naast zitten. Het zou een ongekend koude winter worden. Tot nu toe hebben we daar gelukkig niets van gemerkt. Ik zeg gelukkig omdat al dat gereis van ons tussen Den Bosch en Meppel met een strenge winter een stuk beroerder wordt.
Esmee, Arjan en Malu zijn vanochtend om half zes op Schiphol geland, terug van Thailand. Ik ben toch altijd weer blij als zo'n vliegtuig veilig in Nederland aan de grond staat.
Het internet is de eerste anarchistische staat in de wereld. De vrijheid is totaal. Maar je ziet dat overheden eraan binnen te morrelen. Er komen download verboden en zelfs twitter heeft laten weten dat het tweets kan censureren die een bepaald land niet welgevallig zijn. Er moet maar snel een alternatief voor twitter komen. Ik vind het erg prettig dat er tenminste één anarchistische plek op deze wereld is.
Anne is druk met haar scriptie bezig. Gisteren klaagde ze dat ze alleen nog maar aan die scriptie kan denken. Als ze met vrienden iets gaat doen, kan ze alleen maar over die scriptie praten.
We komen tot de conclusie dat het met tunnelvisie heeft te maken. Vandaag dwingt ze zichzelf om er niet te veel aan te denken en tussendoor ook leuke dingen te doen.
Yvonne uit Eindhoven belt dat het met mijn laatste tante die nog in leven is niet goed gaat. Vandaag is bij haar Alzheimer geconstateerd. Ik hoop niet dat ze hetzelfde aftakelingsproces als mijn moeder gaat meemaken.
In Meppel ontmoet ik sinds lang weer Gertjan Slagter die voor Wyb een huisstijl voor Ogterop ontwerpt. Als we in De Harmonie een mooi ontwerp nodig hadden, dan vroegen we Gertjan.
We blijven liefst drie uur ouwehoeren over het verleden. We weten zeker dat het vroeger leuker was. Zijn we ouwe zakken aan het worden? Ja, we zijn ouwe zakken aan het worden, maar dat neemt niet weg dat het vroeger inderdaad leuker was.
Maar ja, dat dachten onze ouders misschien ook wel. Klopt. En vermoedelijk hadden die ook gelijk. Ook voor hen was het vroeger leuker. En hun ouders waren daar misschien ook wel van overtuigd. Wij geloven dat onmiddellijk. En hiermee is aangetoond dat het steeds minder leuk op de wereld wordt.
Uit de drab van de herinnering bubbelen soms rare herinneringen naar boven.
Ik zit in de eindexamenklas van de middelbare school. Ik had een docente Nederlands, Henriette Vreezen. Ik weet niet meer hoe het ter sprake kwam, wat de aanleiding was, maar op een gegeven moment zei ze tegen me: 'Volgens mij sterf jij omdat je wordt doodgeschoten.'
'Hè, wat zeg je nou?'
'Ja, volgens mij ga je dood omdat je wordt neergeschoten.'
'Waarom?'
'Omdat je zo fanatiek bent.'
Ze zou me nou eens moeten zien zitten: moe, maar wel heel braaf mijn dagelijks blog schrijvend. Nog steeds niet neergeschoten.
|
|
Mus 125-01-2012 21:09
Woensdag 25 januari, Den Bosch
Ik vind het natuurlijk leuk om soms stoer te doen. Dan twitter ik dat ik kraanvogels of de zeearend heb zien vliegen. De lezer zou de indruk kunnen krijgen dat ik geen oog heb voor het simpele en alledaagse, dat ik alleen maar geïnteresseerd ben in bijzondere soorten. Die indruk wil ik graag wegnemen.
Een van mijn lievelingvogeltjes is de mus, de huismus, de proletariër onder de vogels. Het is een vogel die zo gewoon is, dat iedereen hem over het hoofd ziet. Dat is jammer, want wie goed kijkt, ziet dat het een prachtig geschakeerd vogeltje is.
Op zijn kleine lijfje komen in strepen, vegen bijna, alle schakeringen bruin bij elkaar. Nu moet ik toegeven dat, zoals altijd in het vogelrijk, de man veel mooier is dan de vrouw. Het vrouwtje is wel heel erg grijs. De man daarentegen ziet er zelfs wat aristocratisch uit. Door het zwarte maskertje op zijn gezicht kan hij heel streng kijken.
Nou vind ik het woord streng helemaal niet bij de mus passen. Ik hou van de mus omdat het zo'n opgewekt vogeltje is. Het is een vogeltje dat mateloos van gezelligheid houdt. Een echte huismus is zelden alleen. Een mus vindt niks leuker dan met een stel andere huismussen op stap te gaan en wat te dollen. Ze kwetteren dan volop met elkaar en het is een gedoe van jewelste.
Een paar weken geleden liep ik door Moddergat en zag een groep mussen ontzettend druk doen in een heg. Als mensen zich zo zouden gedragen, zou een of andere burgemeester er al snel een buurtregisseur opzetten.
Ik vind de mus ook leuk omdat het geen net vogeltje is. Sommige vogels kunnen zo wuft zijn, zo overdreven deftig doen. Neem de kluut, die stapt altijd zo ijzingwekkend voornaam door het water heen. Of kraanvogels, dat zijn helemaal van die decadente ijdeltuiten.
De mus is een scharrelaar. Die vindt het hartstikke fijn als er wat wordt geknoeid, als er wat rotzooi in zijn omgeving is. Dat is meteen een van de problemen waar hij mee heeft te maken.
Wij mensen zijn veel te netjes geworden. Door die nieuwe vuilnissystemen blijft alles brandschoon. Zo is er nooit meer eens een vuilniszak die langs de weg staat met een gat erin. Er is zelfs niemand meer die een tafelkleed uitklopt. In die steriele omgeving van ons is geen kruimeltje meer te vinden. Zonder dat we het weten, maken we het onze vertrouwde huismus zo erg moeilijk. Een mus moet wat kunnen pikken. Hij is gek op onze etensresten. Nu hij die nergens meer kan vinden, gaat het een stuk minder goed met hem.
Zo heeft hij tegenwoordig zelfs problemen om een nest te maken. Een mus is een rommelaar. Hij zweert bij rommel. Hij is gek op takjes, hondenhaar, veertjes en andere frutsels. Zijn nest is een grote rotzooi. Maar waar vindt een mus tegenwoordig nog rotzooi?
De mus heeft het moeilijk, maar dat neemt niet weg dat de huismus bij de Nationale Tuinvogeltelling weer met kop en schouder boven de andere vogels uitstak. Bij deze telling is hij liefst 145.799 waargenomen. Daarmee liet hij nummer twee, de koolmees, die 79.722 werd geteld, ver achter zich. Op de derde plaat eindigde de merel met 60.703 waarnemingen.
Ik vond de mus altijd al een sympathiek vogeltje, maar die sympathie is enorm toegenomen door een boekje dat ik 25 jaar geleden op een rommelmarkt kocht. De titel van het boekje luidt Gevederde vondelingen is geschreven door Clare Kipps.
Ze beschrijft uitvoerig haar relatie met een mus die ze in juli 1940 op de stoep van haar Londense woning meer dood dan levend opraapte. Ze neemt hem mee naar binnen en weet het kleine ding, dat ze Clarence doopte, in leven te houden. Samen brengen ze de oorlog door. Het woord huismus krijgt hierdoor een speciale betekenis. Opeens is een huismus ook huisdier. Clare schrijft er zo liefdevol over dat je zelf ook wel een mus als huisdier zou willen hebben.
De dichter Chris J. van Geel schreef de volgende drie gedichtjes over de mus.
Zwerm
Het regent in het briesen van tien mussen,
zij vliegen als één vleugel op uit gras.
Onder mussen
Getjilp langdurig in het treurige water,
in de verwilderde struiken baden de mussen.
Plein
De mussen drogen met hun veren
de dunne plassen op het plein.

|
|
Tedere jaren24-01-2012 21:08
Dinsdag 24 januari, Den Bosch
Tussen kerst en oud en nieuw logeerde Malu, die inmiddels al 1,5 jaar is, bij ons. Het was een fantastische week. Wyb en ik genoten met volle teugen van haar. Ik denk dat we ons deze week altijd zullen herinneren. Net zo als het moment waarop Malu voor de eerste keer opa zei.
Het is een hard gegeven dat Malu zich van al deze hoogtepunten niets zal herinneren. Het schijnt dat een kind voor zijn derde levensjaar nauwelijks herinneringen heeft. En als ze die herinnering wel heeft, dan zal die voor haar een heel andere waarde en betekenis hebben dan voor ons.
Wyb en ik beleven deze herinnering in het perspectief van alle jaren die achter ons liggen. We zien een heel klein vertederend meisje. Malu beleeft al de liefde en aandacht die ze krijgt als vanzelfsprekend. Ze wordt omringd door liefde en aandacht, dus voor haar is er niets speciaal aan de hand.
Onder andere door dit gegeven ben ik ervan overtuigd dat de liefde van een ouder voor zijn kind veel hechter en intenser is dan de liefde van het kind voor zijn ouder.
Hun rollen zijn natuurlijk ook totaal verschillend. Het is de rol van de ouder om te zorgen, liefde te geven opdat het kind groeit en sterk wordt. De ouder zit in de rol van gever.
Het kind daarentegen zit in de rol van nemer. Het is zijn taak om te groeien, groot te worden en uiteindelijk de ouder te verlaten en een zelfstandig leven op te bouwen.
Eerlijk gezegd vind ik het ouderschap wel een totalitairachtige manier van zijn. Toen ik aan kinderen begon, wist ik eerlijk gezegd niet waar ik aan begon. Als je een kind hebt, blijkt je liefde totaal te zijn. Alle vrije tijd die je ooit had, is voor een groot deel verdwenen. Een kind eist alle aandacht en de zorgfunctie houdt, tot het het huis uit is, nauwelijks op.
Maar ook als kinderen het huis uit zijn, blijf je je bezorgd voelen, blijft je kind nog volop je kind. Het hebben van een kind is geen periode in je leven. Een kind heb je tot je dood. Dus eerst heb je geen kinderen, daarna heb je je hele leven lang een kind en zal de periode dat je geen kinderen had nooit meer terugkeren.
Ik kom erop omdat ik met Lucas een eetafspraak heb. Hij wil een voorstelling maken over vaders en zonen, vaders en zonen in alle levensfases. De voorstelling gaat Dinner with Dad heten. De vader zal op het toneel koken en de acteurs zullen na de voorstelling samen met het publiek eten.
We komen op essentiële vragen. Zoals: wanneer besluit een kind zijn vader niet meer te kussen als hij naar bed gaat? Wanneer staat een vader niet meer op zijn voetstuk? Wanneer begint een kind zich zelfs voor zijn ouders te schamen?
Ik weet nog dat ik een keer met Anne de Korenmarkt in Arnhem wilde oversteken. 'Hé, Geer, zou je het erg vinden als je even een paar passen voor me gaat lopen?' fluisterde ze me toe. Tsja. Dan weet je als vader zeker dat je kind een andere levensfase ingaat.
In het gesprek met Lucas poneer ik ook nog de stelling dat een ouder ook het kind van zijn kind kan worden. Ik poneer het nog voorzichtig want ik weet niet alleen dat het kan, ik weet ook dat het gebeurt. Eigen ervaring. Op een gegeven moment moest ik constateren dat mijn moeder eigenlijk mijn dochter was geworden. Ik hoop trouwens niet dat ik de zoon van mijn dochters word. Wat mij betreft slaan we deze fase over.
Ik herinner me de vroegste jeugd van Anne en Esmee als enorm Tedere Jaren. We probeerden ze met grote liefde op te voeden. Voor Lies en mij zijn het onuitwisbare jaren. Maar net zo als Malu zich niets van haar logeerpartij zal herinneren, zo hebben Anne en Esmee vrijwel geen herinnering aan die Tedere Jaren.
Gelukkig kunnen ouders zich troosten met de gedachte dat al die Tedere Jaren vermoedelijk wel een goede invloed op hun kind hebben gehad. Al weet je zelfs dat niet zeker. Ik vond opvoeden maar een onzekere bezigheid. Je weet eigenlijk nooit zeker of je het wel goed doet. Dat neemt niet weg dat door dit soort verschillende herinneringen en ervaringen er een fundamenteel verschil is waarop ouders en kinderen naar elkaar kijken.
En voor de duidelijkheid: ik heb er geen bezwaar tegen. Wie ben ik? Maar ik vind het wel een wonderlijk gegeven dat, als je zo dicht bij elkaar leeft, er toch zulke andere belevingen en herinneringen zijn.
'All the world's a stage, And all the men and women merely players; They have their exits and their entrances; And one man in his time plays many parts,' zei de oude bard.
|
|
Hoor23-01-2012 21:07
Maandag 23 januari, Den Bosch
De woorden die ik nu schrijf, hoorde niet bij het blog dat ik schreef. Ik schrijf deze woorden de volgende dag. Het blog hieronder was namelijk een experiment. Ik besloot toen ik het blog schreef vier teksten onder elkaar te zetten die mij die dag raakten. Bovendien vond ik het wel mooi vervreemdend om vier teksten, die niets met elkaar te maken hebben, onder elkaar te zetten.
Meestal lees ik de volgende dag mijn blog terug als ik op de wc zit. Zo ook vandaag. Toen ik het blog teruglas, vond ik het eigenlijk niks en besloot het van dossiermoddergat.nl af te halen. Bij nader inzien doe ik dat niet omdat de lezer vandaag dan niks te lezen heeft. Dat laatste vond ik erger dan een mislukt experiment. Dus vandaar dat de lezer vanaf hier het echte blog kan lezen.
Twaalf dingen die succesvolle mensen anders doen.
1. Ze jagen duidelijk omschreven, expliciete doelen na
2. Ze handelen krachtig en doeltreffend
3. Zij vinden het belangrijk om bezig te zijn met de inhoud en zijn er niet op gericht om het druk te hebben
4. Ze nemen logische beslissingen, gebaseerd op heldere informatie
5. Zij vallen niet voor de verleiding van het (onbereikbare) perfecte
6. Zij kunnen ook functioneren buiten hun 'confort zone'
7. Zij houden dingen zo simpel mogelijk
8. Zij streven naar een opeenvolging van kleine verbeteringen
9. Zij houden hun voortgang precies bij
10. Zij worden niet pessimistisch van hun fouten
11. Zij brengen tijd door met mensen aan wie ze wat hebben
12. Zij zorgen voor balans in hun leven
Met dank aan Welingelichte Kringen. Wie er meer over wil lezen:www.marcandangel.com
"Lasseter had eigenlijk liever een traditionele Hollywoodstudio gezien met een apart gebouw voor verschillende projecten en bungalows voor de ontwerpteams. Maar de mensen van Disney vertelden dat zij een hekel hadden aan hun nieuwe campus omdat de teams zich geïsoleerd voelden, en Jobs begreep dat. Hij besloot zelfs dat ze voor het andere uiterste moesten gaan, namelijk één gebouw rond een groot binnenplein dat ontworpen was om toevallige ontmoetingen te bevorderen.
Ook al was hij een digitale wereldburger, of misschien omdat hij maar al te goed wist hoe gemakkelijk je daarin geïsoleerd kon komen te staan, geloofde Jobs stellig in ontmoetingen van mens tot mens. 'In ons netwerktijdperk is er de neiging te denken dat ideeën ontwikkeld kunnen worden door middel van e-mail en iChat,' zei hij. 'Dat is belachelijk. Creativiteit komt voort uit spontane ontmoetingen, uit toevallige discussies. Je komt iemand tegen, je vraagt waar die mee bezig is, je zegt wow, en dan komen er vanzelf allerlei ideeën bij je op.'
En dus liet hij het Pixar-gebouw zo ontwerpen dat ontmoetingen en ongeplande samenwerkingen konden ontstaan. 'Als een gebouw dat niet bevordert, dan verlies je een heleboel innovatie en de magie die uit toeval ontstaat,' zei hij.
Fragment uit de biografie van Steve Jobs.
Hoor
Men vond een schuilplaats, men hoorde
de kreet en de schreeuw,
de echo van argwaan en eerzucht,
en hoor:
men verzon de weerbarstige waarheid.
Armando, uit de bundel Gedichten 2009
het is vreemd
het is vreemd als beroemde mensen doodgaan
of ze nou de goeie strijd hebben gestreden of
de verkeerde.
het is vreemd als beroemde mensen doodgaan
of we ze nou graag mochten of niet
ze zijn als oude gebouwen oude straten
dingen en plaatsen waaraan we gewend zijn
die we accepteren gewoon omdat ze
bestaan.
het is vreemd als beroemde mensen doodgaan
het is zoiets als de dood van je vader of
een huisdier.
en het is vreemd als beroemde mensen omkomen
of zichzelf de dood aandoen.
het nare van beroemdheden is dat ze moeten
worden vervangen en ze zijn niet echt
te vervangen en dat geeft ons die unieke
treurigheid.
het is vreemd als beroemde mensen doodgaan
dat de trottoirs er anders uitzien en onze
kinderen er anders uitzien en onze bedgenoten
en onze gordijnen en onze auto's.
het is vreemd als beroemde mensen doodgaan:
we worden ongerust.
Charles Bukowski
|
|
Kunst22-01-2012 21:06
Zondag 21 januari, Den Bosch
Ik heb twee plekken waar ik in alle rust kan nadenken. Verreweg de beste plaats is het bad, mijn meditatieplek bij uitstek. Meteen daarna komt de auto. Zet me in een auto, laat me kilometers maken en het mijmeren begint.
Afgelopen vrijdag moest ik mijn auto met pech in Roosendaal achterlaten. Als vervangende auto kreeg ik een Opel Astra mee. Een vertrouwde auto, want in mijn studententijd heb ik er verschillende versleten.
Terwijl ik veel te laat naar Meppel rijd, vraag ik me ineens af wat het verschil is tussen amusement en kunst. Er moet toch verschil zijn, anders waren er geen twee woorden. Ik probeer het voor me zo scherp mogelijk te formuleren en kom op het volgende onderscheid.
Amusement heeft geen ander doel dan iemand vermaken. Met amusement laat je even iemand zijn leven vergeten. Amusement neemt het publiek mee in een schijnwereld. Dat doet het amusement door een lach, een liedje, een lekker verhaal. Laat ik duidelijk zijn: ik ben gek op amusement, ik vind het heerlijk om even mijn leven te vergeten.
Met kunst is het anders. Kunst laat je het leven niet vergeten, kunst zegt juist iets over het leven, kunst doet een uitspraak over het leven. In tegenstelling tot amusement grijpt kunst je beet en drukt je met je neus op het leven.
Dat neemt niet weg dat kunst ook amusement kan zijn. Kunst kan je namelijk met je neus op het leven drukken zonder dat je dat door hebt. Net als amusement kan kunst je meevoeren, weg van het leven. Maar er is één verschil. Als het amusement is afgelopen is het leven er weer zoals het er altijd was, amusement heeft er niets op afgedongen of aan toegevoegd. Als kunst is afgelopen, dan is er iets gebeurd, dan heeft het iets gedaan met je leven. Of heeft het een uitspraak gedaan die over het leven gaat.
Kunst gaat verder dan amusement. Daarom is kunst ook discutabel. Amusement is veilig, comfortabel. Kunst kan oncomfortabel zijn, gevaarlijk zelfs, kunst snijdt, ontroert. Kunst doet een uitspraak over het leven.
Kunst heeft echter een groot nadeel. Kunst kan ook alleen maar over kunst gaan. Kunst heeft de neiging om op zijn voorgangers te reflecteren, alleen nog maar te gaan over andere kunst. Dan wordt het kunst kunst. Als je er dan geen verstand van hebt, snap je er geen bal van. Heel vervelend. Kunst kunst kan sowieso vervelend zijn. De kans is redelijk aanwezig dat het een incestueuze bezigheid wordt.
Het gevaar bestaat bovendien dat die kunst kunst kenners precies weten wat goed en fout is. In de poëzie is dat bijvoorbeeld zo. Als poëzie enigszins verhalend is, anekdotisch, dan is het bij voorbaat verdacht. Mag niet van de mensen die er verstand van hebben. Zij vinden dat het een illusie is om te denken dat je een direct gevoel kunt overbrengen of direct met de lezer kunt communiceren. Zij zoeken het in het onverstaanbare, het onzegbare, het puur talige.
In de beeldende kunst zie je het ook. Als het een beetje te duidelijk, te herkenbaar wordt, dan is het niet goed. Dit heeft tot gevolg dat veel kunst zich heeft losgezongen van de samenleving, dan het een gedoetje wordt voor insiders.
Ik zelf vind dat heel vervelend. Ik vind dat de lucht uit de kunst wordt gehaald. Wat heb je aan gedichten die door vrijwel niemand worden gelezen? Wat heb je aan beeldende kunst waar niemand in is geïnteresseerd? Wat heb je aan toneel waar geen publiek voor is?
Daar komt bij dat ik juist van het verhaal hou, de anekdote. Ik ben er van overtuigd dat verhalen je leven bij elkaar houden. Zonder verhalen zou je leven verbrokkelen tot niks. Ik hoop dan ook op de herwaardering van het verhaal. Kunst over kunst hoeft niet slecht te zijn, maar de bron van kunst is het leven. Waarom zou het leven dan verdacht zijn, waarom zouden we er niet volop uit putten?
Shit. Dit blog loopt uit de hand. Ik wilde eigenlijk iets over dammen schrijven, maar dat onderwerp over kunst nam me te veel mee. Ik kan soms zo mateloos zijn. Moet ik toch op letten.

|
|
Dammen21-01-2012 21:05
Zaterdag 21 januari, Moddergat
In De Schatkist kom ik steeds een oude foto van me tegen. Ik sta voor de boekenkast van ons huis op de Westkanaaldijk in Nijmegen. Ik kijk frontaal de lens in en ben naakt. Maar niet helemaal. Voor mijn piemel houd ik een dambord. Jaren zeventig: alles moest kunnen.
'Wat vind je?' vraag ik aan Wyb, 'kan ik deze foto op dossiermoddergat zetten?'
'Ik zou het niet doen,' zegt Wyb met een vies gezicht. 'Je staat er niet erg florissant op. Ik zou zo nooit op je gevallen zijn'.
Eigenlijk wist ik haar antwoord al.
Op de foto is niet mijn naaktheid het meest onthutsende. Het meest confronterende is mijn hoofd. De foto onthult hoe ik er midden jaren zeventig uitzag. Ik leek nog het meest op het plaatje dat de sigarendozen van het merk Elisabeth Bas sierde. Lang haar tot op mijn schouders. Pijpenkrullen. Met mijn baard wedijverde ik met Karel Marx.
Voor de tweede keer deze week pleeg ik censuur op mijzelf. Dus geen bijna naaktfoto. Ik begrijp maar al te goed wat De Censor zegt. Maar ik vind het ook jammer. Want onder dat rare gezicht zit een lijf zonder buik, er zit zelfs een afgetraind lijf onder.
'Je benen zijn nog steeds hetzelfde,' zegt Wyb.
Mooi. Dan is tenminste iets hetzelfde. Ik stop de foto terug in De Schatkist.
Het was mij overigens helemaal niet te doen om mijn gezicht of lijf. Het was me te doen om het dambord. Ik ben er inmiddels achtergekomen dat ik van dingen hou die op het punt van verdwijnen staan.
Al is verdwijnen misschien een te groot woord. Vermoedelijk druk ik me beter uit als ik zeg: ik hou vaak van dingen die zich op het ogenblik niet in een grote populariteit mogen verheugen. Om een paar dingen te noemen: poëzie, toneel, lezen, kranten. Zonder problemen kan ik aan dat rijtje dammen toevoegen.
Dammen? Wat is dat voor een raar onderwerp?
Ik durf het eindelijk toe te geven. Dat duffe spel met 20 witte en 20 zwarte stenen komt regelmatig terug in mijn leven. Ik weet ook precies waar het vandaan komt. Het komt door mijn vader die een niet onverdienstelijke huisdammer was. Daar komt bij dat hij een kennis had, meneer Ribbers, die ook erg goed kon dammen. Een paar keer per jaar kwamen ze bij elkaar op bezoek om te dammen.
Dat kan bijna niet waar zijn, denk ik als ik de vorige zinnen opschrijf. Wie komt er nog bij elkaar om te dammen? Ik praat over een wereld die is uitgestorven.
Mensen die dat ooit mogelijk hadden kunnen doen, zitten nu achter hun computer te gamen. Niet aan een eettafel met een kennis die vlakbij woont, ze zitten op hun kamertje achter een computer en spelen dynamische spelletjes met iemand uit Canada of Brazilië.
Door mijn vader en meneer Ribbers raakte ik in de ban van het dammen. Ik kocht wat boekjes, bestudeerde een beetje de theorie. Toen ik wat ouder werd, kwam meneer Ribbers niet meer thuis om met mijn vader te dammen maar met mij.
Op de middelbare school stak ik een vriendje aan met dat rare damvirus. Opnieuw zat ik heel vaak aan die eettafel om een partijtje te spelen. Na een tijdje besloten Geert Theloosen en ik zelfs om lid te worden van de Nijmeegse damclub.
Toen wij er voor de eerste keer heen gingen, schrok ik wel. In een rokerig zaaltje zaten zo'n veertig oude mannen naar een dambord te turen. Slechts hier en daar zat iemand onder de 60 jaar. Het bleek wel een sterke club te zijn. Zo liep er de voormalig kampioen van Nederland rond, zijn naam ben ik vergeten.
Al die mannen boven de 60 jaar bleken trouwens vrijwel onverslaanbaar. De eerste avond werd ik verpletterd door zo'n bejaarde met sigaar in zijn mond. Ik weet zelfs nog hoe hij heette: Herman. Aan het begin van die avond kwam de Nederlands kampioen langs wandelen. Hij bleef achter mij een minuutje naar mijn stelling kijken. Ik werd er helemaal zenuwachtig van.
Toen ik een paar uur later had verloren, kwam de Nederlands kampioen naar mij toe. 'Weet je waarom je hebt verloren?' vroeg hij.
'Geen idee,' moest ik toegeven.
En tot mijn verbazing zette hij zonder aarzelen mijn stelling van een paar uur geleden op en liet hij mij zien hoe ik het op de rechterflank had laten afweten.
Geert Theloosen en ik zijn zo'n jaartje lid geweest. Er kwam een avond dat ik opnieuw tegen Herman moest spelen. En verdomd, ik won. Herman werd toen heel boos op me. Ik begreep volstrekt niet waarom. Totdat andere clubleden mij influisterde dat ik mij er niets van moest aantrekken. Herman kon gewoon niet tegen zijn verlies.
|
|
Een man met een oeuvre20-01-2012 21:15
Vrijdag 20 januari, Meppel
's Nachts om vijf uur moet ik pissen.
'Dat blog, dat kan niet,' denk ik als ik slaperig in de pot sta te kletteren.
Omdat ik mijn iPad aan het opladen ben, staat de computer gelukkig nog aan. Ik log in op mijn site en stel in dat het blog niet getoond mag worden. Snel ga ik weer naar bed.
's Ochtends laat ik het blog aan De Censor lezen. Het blog gaat over de liefde in het theater. Of liever, over het ontbreken van liefde. De Censor vindt dat het blog best wel kan. 'Het is goed voor de discussie,' oordeelt ze.
Ik twijfel nog steeds, maar het oordeel van De Censor heb ik hoog. Ik log in en geef aan dat iedereen het blog weer mag lezen.
Tegen half negen belt Matthijs. 'Nou Gerard, ik weet niet of het verstandig dat je dat blog hebt geschreven.'
Dan weet ik het zeker. 'Je hebt gelijk,' geef ik meteen toe. En nog voordat hij is uitgesproken, zeg ik dat ik het blog eraf zal halen.
Mijn Censor is altijd scherp als het om enigszins erotische of intieme zaken gaat, maar als het om echte zaken gaat, is De Censor opeens veel minder streng. Ik vind wel dat ik op mijn Censor moet kunnen vertrouwen. Over welk onderwerp het ook gaat.
's Middags rij ik na een bezoek aan de schouwburg van Roosendaal de parkeergarage uit. Als ik honderd meter heb gereden, voel ik de kracht van de motor afnemen. Er beginnen allerlei lampjes te branden.
Na twintig meter sta ik helemaal stil. Wat ik ook probeer, het enige resultaat is wat machteloos gepruttel van de motor. Gelukkig bestaat Citroën Assistance. Binnen een half uur rijdt een grote takelwagen de straat in. Tien minuten later staat mijn auto op de wagen en rijden we naar de garage.
In garages wordt tegenwoordig nauwelijks nog gesleuteld. Ik blijk in een soort grote computer rond te rijden. Een computer die kan worden uitgelezen. Als ze mijn rijdende computer uitlezen, blijkt dat er drie systemen kapot zijn. Reparatie duurt uren, laat men mij weten.
De garage regelt een taxi die mij naar het bergingsbedrijf brengt. Daar staat een vervangende auto klaar. Ik vertel het hele verhaal hier in dertien regels. In het echt beslaat het verhaal liefst vier uur. Het komt er op neer dat ik na vier uur niet in mijn eigen Citroën Roosendaal uitrij, maar in een vervangende auto, een Opel Astra.
Maandag word ik gebeld over het lot van mijn eigen auto. En dan heb ik het nog niet over mijn bagage gehad die ik met mij mee moet slepen omdat we naar Moddergat zouden gaan.
Al dat gedoe betekent wel dat ik te laat ben voor het concert van Frank Boeijen in Meppel. Ik ga daar graag heen omdat ik Frank dan eindelijk weer eens zie. Hij is een oude jeugdvriend. Tijdens onze puberteit zagen we elkaar regelmatig. Ik weet zeker dat ik vandaag de enige in de zaal ben die zowel zijn eerste als dit laatste concert heeft gezien.
Ik kan me zelfs nog goed herinneren dat Martin Bokelman zei dat Frank in een band speelde. Wij waren achttien, negentien jaar. Frank was twee jaar jonger. Wij gingen naar het eerste concert in een café in Lent. Daar bleek dat het jonge ventje, dat regelmatig in onze vriendenkring opdook, heel goed te kunnen zingen en gitaar te spelen.
Dat nam niet weg dat wij dat gedoe met die band enigszins kritisch bekeken. 'Je kunt hem moeilijk verstaan,' zei of Jacques of ik. Maar onderwijl waren wij stinkend jaloers.
Wij hadden altijd met enige meewarigheid naar Frank gekeken, het was duidelijk dat hij een paar jaar jonger was. Nu bleek hij opeens iets te kunnen wat wij absoluut niet konden. Dat was een beetje raar, want wij vonden ons toch echt briljant, al was dat tot nu toe nog uit niets gebleken.
Veertig jaar later luister ik naar het concert van een man met een oeuvre. Frank speelt nummers uit de jaren zeventig, de jaren tachtig en alle jaren daarna. Alle nummers zijn duidelijk van de hand van Frank Boeijen. Hij speelt zes nieuwe nummers.
Het concert staat als een huis. Terwijl ik zit te luisteren bedenk ik dat een man met een oeuvre een gelukkig man moet zijn. Een oeuvre is als een kind, je laat een stem na. Het is toch mooi dat je een leven lang aan een soort organisme hebt gewerkt, een organisme van liedjes, een organisme van muziek en woorden.
Ik vind het een mooi gegeven dat ik het opbouwen van dat oeuvre heb mogen meemaken. Tussen dat eerste concert en vanavond zitten vermoedelijk honderden liedjes. Allemaal even herkenbaar van zijn hand. De naam van Bob Dylan valt een paar keer. Helemaal terecht.
Frank vraagt of we bij het laatste concert van zijn tournee in Nijmegen komen. Hij nodigt dan ook Jacques en Fons uit. Dat lijkt me een uitstekend idee.
|
|
Censuur19-01-2012 21:14
Donderdag 19 januari, Den Bosch
Vandaag heb ik eigenhandig mijn blog gecensureerd. Dit keer niet op bevel van De Censor, maar op intuïtie van mijzelf. De functies van zakelijk leider en blogger zijn soms moeilijk te combineren. Hard ingrijpen is zo nu en dan noodzakelijk. Zoals vandaag. Met excuus. Het aankomend weekend zal ik de lezers van dit blog extra verwennen.
|
|
Horten18-01-2012 21:13
Woensdag 18 januari, Den Bosch
Mark Rutte pakt de arm van Twan Huys.
'U pakt de arm van de interviewer,' zegt Twan Huys, 'omdat het dan lijkt dat u een vriendelijk antwoord gaat geven. U wilt vertouwelijkheid creëren. Dat heeft u geleerd op de mediatraining.'
'Ik heb nooit mediatraining gehad,' zegt Mark Rutte, 'dat meen ik.'
'Dat is niet waar,' zegt Twan Huys, 'ik ken tenminste twee mensen bij wie u mediatraining heeft gehad.'
Zo gaat het wat op en neer. Twan Huys noemt een naam. Waarop Mark Rutte zegt: 'O, u bedoelt cameratraining.'
Mark Rutte frommelt weer eens met de waarheid. Alsof cameratraining geen mediatraining is. Het is de zoveelste keer dat ik Mark Rutte betrap op het boetseren van de realiteit naar wat hem het beste uitkomt. Ik zal het eens gaan bijhouden. Als onze premier iets beweert, dan moeten we met z'n allen alert zijn of het ook daadwerkelijk klopt.
Ik vrees eerlijk gezegd dat het veelvuldig lachen en vrolijk zijn van Rutt ook met dat boetseren heeft te maken. Met al die zogenaamde opgewektheid creëert hij een laagje lucht tussen hem en de serieusheid van het onderwerp. Hij isoleert als het ware de ziel van een pijnlijk onderwerp waardoor hij het kan modeleren naar zijn eigen belang.
Het is een naar trekje, een demagogisch trekje. Of misschien is het geen trekje maar een trek. Voor mij tast het keer op keer zijn geloofwaardigheid aan.
Bij de vorige verkiezingen heb ik serieus overwogen om op hem te stemmen. Ik ben zo blij dat ik dat niet heb gedaan. Stel je voor dat ik het wel had gedaan. Ik had me vier jaar lang moeten schamen voor mezelf omdat ik met mijn stem die Blonde Twitteraar in het centrum van de macht had gebracht.
Het leven gaat met horten en stoten, is mijn ervaring. Ik zag het bij het opgroeien van Anne en Esmee. Er waren periodes dat hun ontwikkeling heel gelijkmatig was, heel lineair verliep. En dan opeens, vooral na vakanties, zag je dat ze met een schok in hun ontwikkeling groeiden, dat ze een nieuwe fase ingingen.
Natuurlijk merk ik bij mijzelf ook van die horten en stoten. Zo sta ik dit jaar aan de vooravond van een nieuwe hort. Vanaf het begin dat ik bij Het Zuidelijk Toneel werk, heb ik tegen Matthijs gezegd dat ik het twee kunstenplanperiodes zou doen, dus twee keer vier jaar. 2012 is het laatste jaar van de tweede vier jaar.
Dit betekent dat ik per 1 januari 2013 iets anders ga doen. De afgelopen tijd heb ik daar veel over nagedacht. Er zijn verschillende mogelijkheden. Door alle plannen die we nu bij Het Zuidelijk Toneel maken, is het zeker niet uitgesloten dat ik bij het gezelschap blijf. Niet als zakelijk leider, maar wel in een andere functie.
Ik kan er nu nog niets over zeggen. Ik kan er pas over schrijven, vind ik, als Het Zuidelijk Toneel de nieuwe plannen bekend heeft gemaakt. Maar al die mogelijkheden, zorgen er wel voor dat ik volop met de toekomst bezig ben. Nou ja, toekomst. Het is meer het laatste stootje in mijn loopbaan.
Zoals het nu naar uitziet, kan ik op mijn vijfenzestigste met pensioen. Dat betekent dat ik nog acht jaar heb te gaan. Dat is niet veel meer. Die tijd wil ik natuurlijk wel zo nuttig mogeljk besteden.
Ik heb daarbij een voor mij belangrijke gedachte. In mijn hele leven heb ik eigenlijk altijd andere mensen gefaciliteerd. Ik wil nu ook wel eens mijzelf faciliteren. Als organisator ben ik altijd dienstbaar geweest, naar kunstenaars, naar publiek, naar de politiek. Ik heb zaken voor anderen, om anderen heen georganiseerd. Ik vind dat dit per 1 januari 2013 maar eens afgelopen moet zijn en dat ik zaken voor mezelf moet organiseren.
Zelden is mijn blog zo abstract geweest. Maar ik kom er zeker op terug. Als dit een strip was, zou er wordt vervolgd onder staan.
|
|
Bom17-01-2012 21:12
Dinsdag 17 januari, Den Bosch
'Hé, Blogger.'
'Mmm.'
'Blogger.'
'Mmmm.'
'Blogger!'
'Schreeuw niet zo. Wat is er?'
'Waarom lig je daar op de bank?'
'Wat denk je? Ik ben kapot. Ik ben pas om elf uur vanavond thuisgekomen. Laat me met rust.'
'Niks ervan. Je moet een blog schrijven.'
'Sorry, maar daar heb ik helemaal geen zin in. Ik moet er niet aan denken.'
'Ben jij nou een blogger?'
'Dat zeggen ze.'
'Nee, dat zeggen ze niet. Je hebt er zelf voor gekozen.'
'Had ik voor gekozen. Vandaag ben ik geen blogger. Ik schrijf geen blog.'
'Onzin. Je weet ook wel dat een blogger niet wordt beoordeeld op een individueel blog, maar op de stroom blogs die hij produceert. Een beetje blogger moet elke dag schrijven.'
'Je hebt zeker een cursus bloggen gevolgd bij Ernst-Jan Pfauth. Je kunt de boom in. Een cursus bloggen, laat me niet lachen. Wat een onzin.'
'Hup, van die bank af.'
'Blijf met je fikken van me af.'
'Ik ben er nu niet voor niets. Kom op met dat luie lijf. Bloggen, zeg ik.'
'Hé, trek niet zo, man.'
'Als je nu niet naar de tafel loopt, krijg je een schop onder je kont.'
'Ik heb geen zin. Klaar.'
'Bloggen, zeg ik.'
'Weet je, genoeg van al dat gezeur. Ik stop nu definitief met bloggen. Als het zo moet, heb ik er geen zin meer in. Een druk op de knop en dat hele blog van me is verdwenen.'
'Nou, doe dat dan.'
'Voor jou zeker.'
'Of je blogt of je blogt niet.'
'Principieel mannetje. Au, man, m'n nek. Knijp niet zo hard. Ja, ja, ik ga al.'
'Dat is je geraden.'
'Nou, daar zit ik dan. Volledig geen inspiratie. Heb je nou je zin? Waar moet ik over schrijven?'
'Interesseert me geen hol. Als je maar schrijft, lamzak.'
'Nou, nou, een toontje minder kan ook wel.'
'Schrijven.'
'Ja, ja.'
Babyboom
Ivo Niehe
Mart Smeets
Freek de Jonge
O, wat jammer van die o, was
die boom maar een bom geweest
dan hadden we nooit met al
die opgeblazen mannen gezeten.
'Zo tevreden?'
'Er staat wat.'
'Dat wilde je toch?'
'Zeker.'
'Mag ik nu gaan slapen.'
'Als je daar zin in hebt.'
'Bekijk het maar. Welterusten.'
|
|
Instrument16-01-2012 20:46
Maandag 16 januari, Den Bosch
In de Volkskrant valt mijn oog op het volgende kleine berichtje: 'Ik vond aquarelverf altijd heel snel, sneller dan olieverf bijvoorbeeld. Nu vind ik de iPad sneller dan wat dan ook.' 'Kunstenaar David Hockney, van wie deze maand een grote expositie opent in Londen, maakt sinds kort ook kunst op de iPad. Aan de BBC laat hij verder weten dat hij daardoor vier tot vijf uur werk in dertig seconden afkrijgt.'
Wie de iPadkunst wil zien, moet maar eens opwww.hockneypictures.com kijken.
Het berichtje valt me op omdat me afgelopen weekend nog iets anders is opgevallen. Ik vind het lastig om over te schrijven omdat het tevens ongewilde reclame is. Maar ja, de wereld moet worden beschreven, dus ik kan niet anders dan er toch over te bloggen: inmiddels is de iPad verreweg het meest gebruikte instrument in ons huis. Vroeger was dat misschien de staafmixer of de afstandsbediening, maar nu is het, met stip, de iPad.
Het viel me dit weekend op dat Wyb en ik constant met dat ding in de hand door het huis lopen. We doen er werkelijk alles mee. We spelen er Wordfeud op, kijken er film op, we zoeken er dingen op met zoekmachines, we checken onze mail op het ding, we twitteren erop, spelen patience, ik dam en ik lees erop. En vermoedelijk zou ik zo nog wel even door kunnen gaan. Ik bankier er zelfs op.
Als we televisie zitten te kijken, hebben we het ding op schoot en doen we er alles op wat ik hierboven noemde, en meer. Zo is het onze televisiegids, onze winkel, onze krant, onze atlas, ons woordenboek, onze telefoongids en onze telmachine.
Dat het ding ongekende krachten bezit, blijkt wel uit het feit dat zelfs Tsjerk overweegt een iPad te kopen. Dat komt omdat hij op onze iPads het programma PlaneFinder heeft gezien.
Als Tsjerk in de tuin werkt, kijkt hij vaak naar de vliegtuigen die overvliegen. Hij vraagt zich dan af waar het vliegtuig vandaan komt en waar het heen gaat. De antwoorden op die vragen zijn te vinden op de iPad. Met de eerder genoemde app kun je precies zien welke vliegtuigen waar in Nederland vliegen. Als je op een vliegtuigje drukt, zie je een foto van het toestel en alle gegevens die met het toestel hebben te maken.
Hetzelfde geldt voor de app ShipFinder. Als ik op de dijk van Moddergat sta, over het wad uitkijk en een schip in de verte zie, dan kan ik met ShipFinder precies zien welk schip het is, waar het vandaan komt en waar het heen gaat. Word je van dergelijke kennis nou gelukkiger? Het antwoord is ja.
O ja, de iPad is ook nog mijn wekker, mijn agenda, mijn notitieboek en mijn televisietoestel. En om niet op te houden: ik kan er ook nog op drummen en pianospelen, wat ik beide nooit doe omdat ik zo onmuzikaal ben alsmaar denkbaar.
Leve de digitalisering. Zo hoorde ik zojuist op televisie van het bestaan van de site www.ontdopen.nl. Met dit programma kun je je eenvoudig uitschrijven uit de katholieke kerk.
Ik heb me al jaren willen uitschrijven, maar dat was, bleek, nog aardig veel werk. Ik had al die moeite er niet voor over. De site ontdopen.nl maakt het nu allemaal eenvoudiger. Even wat gegevens invullen, iets opsturen en ik ben eindelijk wat ik ben: geen katholiek.
|
|
Sprokkelen15-01-2012 20:45
Zondag 15 januari, Den Bosch
Het is een rare dag. Hij heeft iets onwezenlijks. We hoeven nergens heen, de hele lang dag hebben we geen enkele afspraak. Daar komt bij dat de zon prachtig schijnt. We zitten midden in de winter, maar het lijkt een van de laatste mooie herfstdagen.
We staan loom op. Meteen als we op zijn, beginnen we weer met Wordfeud. Ik baal er eerlijk gezegd wel van. Het kost een tijd. Met een spelletje ben je toch dik een half uur bezig. Ik wilde er niet aan beginnen omdat ik wist dat ik er verslaafd aan zou worden. Helaas. Kostbare tijd verspil ik met het zoeken naar het woord dat me de meeste punten oplevert.
Het onwezenlijke komt vermoedelijk omdat ik zo'n verspildag niet ben gewend. Ik had een boek willen corrigeren. Er is niets van gekomen.
Het is zo'n mooie dag dat je wel naar buiten moet. We rijden richting Vught en zien dat het door de bossen filewandelen is. We laten de drukke parkeerplaatsen achter ons en zetten de auto op een plek waar geen andere auto's staan.
We wandelen door het Brabantse land. Eerst een bos, daarna door weilanden, dan een dorp, Cromvoirt. Het is zo'n Brabants dorp zoals er zoveel in Brabant zijn te vinden. Als je het dorp naar Friesland verplaatst zou het volstrekt uit de toon vallen.
We lopen zo'n gekke route dat we geen andere wandelaars tegenkomen. Zo hoort het. We zien gelukkig wel een Grote Bonte Specht. Hij vliegt van boom naar boom. We kunnen hem met de verrekijker mooi volgen. Belangrijke les die we hebben geleerd: waar je ook heen gaat, altijd de verrekijker meenemen.
Ik heb zin om te sprokkelen vandaag, te hapsnappen. Een paar blogs geleden schreef ik dat ik, evenals mijn opa, talent voor parkieten had. In een van de fotodozen vind ik onderstaande foto. Ik hou mijn hoofd voor de parkietenkooi van mijn opa.
Sinds ik dit blog schrijf, heb ik in mijn studeerkamer twee rode dozen staan. Het zijn een soort schatkisten. In de dozen zitten oude foto's. Zo nu en dan haal ik er wat foto's uit. Vrijwel elke foto zou een verhaal kunnen opleveren. Ik moet niet teveel in de dozen kijken.

Het buurtje waar ik in Den Bosch woon, is een soort dorpje in de stad. Als ik van mijn huis naar de St. Jan loop, een paar honderd meter lopen, knik ik altijd wel een paar mensen gedag. Soms blijf ik stilstaan voor een praatje.
Alle praatjes die ik dit weekend maak, komen uiteindelijk uit op de crisis. Ik heb die crisis nog nooit eerder zo ervaren. Ik voel dat hij in de botten van de mensen gaat zitten, in ieder geval in hun mond. Ik merk dat iedereen onzeker is.
Het kan ook bijna niet anders. Je hebt een crisis en dan heb je ook nog een kabinet dat met slappe touwtjes overeind wordt gehouden. Zo'n kabinet geef je nou niet bepaald het gevoel dat de boel eens goed wordt aangepakt.
De linkse oppositie komt zowaar dit weekend met een gemeenschappelijk plan. Met als belangrijkste punt het verhogen van de belastingen van de veelverdieners in dit land. Een van de ondertekenaars hoor ik een percentage van 1% noemen. Goh, erg creatief. En alsof we al niet in een totaal genivelleerd land wonen.
Ik vraag aan google hoeveel mensen er in Nederland meer dan een ton verdienen. In de site die bovenaan staat, vind ik dat in 2005 slechts 30.0000 mensen meer dan twee ton verdienden. Het zullen er in 2011 niet zoveel meer zijn geweest, schat ik in.
Als links de plannen presenteert staat Job Cohen ongemakkelijk tussen Emiel Roemer en Jolanda Sap. Kijken wat dit linkse front nog gaat betekenen voor het land. De SP is op het ogenblik in de peilingen, samen met de VVD, de grootste partij van het land. Ik heb zo benieuwd wanneer dit land weer tot bezinning komt en we terugkeren naar het verstandige midden.
Nog niets gehoord van Esmee, Arjan en Malu die voor twee weken naar Thailand zijn. Ze zijn naar de moeder van Arjan die daar elk jaar overwintert. Een paar uur voordat ze in het vliegtuig stapten, las ik in NRC dat er in Bangkok een terroristische dreiging is.
Ik troost mij met de gedachte dat ik tijdens de oorlog tussen Tamils en Singalezen door Sri Lanka reisde en dat ik er nauwelijks iets van heb gemerkt. Als je niet direct op de ellende zit, merk je nauwelijks iets van een oorlog, is mijn ervaring. Maar als je wel op de ellende zit, ben je ook meteen goed de lul.
|
|
Temesta14-01-2012 20:44
Zaterdag 14 januari, Den Bosch
'Geert, het is al half twaalf. Je moet nu echt opstaan.'
'Ik heb geen zin, Krisztina. Het zijn mijn laatste vrije dagen. Overmorgen is het kerstreces alweer voorbij. Laat me nou gewoon liggen.'
…
…
'Geert, het is nu kwart voor een, dadelijk lig je de hele dag in bed. Dat kan toch niet.'
'Het kan misschien niet. Maar ik wil niks anders.'
'Het lijkt me heel goed als je maandag weer aan het werk gaat. Dan kom je weer in een ritme.'
'Ik wil niet aan het werk.'
'Och, als je eenmaal bezig bent.'
'O nee, dan hoor ik me weer allerlei dingen zeggen over hoofddoekjes en die koningin. Ik kan zo verschrikkelijk moe van mezelf worden.'
'Maar dat vind je toch leuk?'
'Vond ik leuk. Lieve schat, hoe lang doe ik dit nou? Ik loop nou al zo'n twintig jaar over dat Binnenhof heen en neer. Het kan toch niet anders dat een mens daar depressief van wordt.'
'Maar dan ga je toch iets anders doen?'
'Wat moet ik nou anders doen? Ik kan toch niets anders meer? Wie wil mij hebben?'
'Nou, je kunt toch best veel?'
'Ik heb nergens anders ervaring in. Ik zou best ergens boekhouder of zo willen worden. Een mooi rustig bestaan.'
'Nou, dan ga je toch gewoon een schriftelijke cursus boekhouden doen?' ' 'Dacht je nou echt dat iemand mij aanneemt? Als je mij neemt, krijg je al die kleerkasten erbij. Daar begint geen enkele werkgever aan.'
'Och, als je een tijdje uit de politiek bent, zijn ze je ook weer zo vergeten.'
'Ik zou zo graag 's morgens bij een koffieapparaat met een paar collega's wat staan te geinen. Overmorgen heb ik het weer. Komen die gasten van Pownews weer met die roze microfoon voor mijn neus zwaaien. Moet ik weer vrolijk en nonchalant doen. Krisztina, laat me nog even slapen, ik wil nog even met mijn hoofd onder de dekens. Het kan nog heel even.'
'Maar je hebt bijna het hele kerstreces met je hoofd onder dekens gelegen.'
'Ik heb toch ook wel wat getwitterd.'
'En wat een fantastisch resultaat.'
'Ik word zelfs van mijn eigen tweets moe. Even Krisztina. Nog even slapen.'
…
…
'Geert, het is nu drie uur. Je moet nu echt opstaan.'
'Ik ben zo moe.'
'Waar zie je nou zo tegen op?'
'Oh come on, dat weet je toch wel. Ik noem een naam. Hero Brinkman. De partij democratiseren. Ik zou erom lachen als het niet om te huilen was. Ik wil gewoon zondags bij VVV Venlo op de tribune zitten met mijn vrienden.'
'Welke vrienden bedoel je dan?'
'Dat bedoel ik nou. Heb ik vrienden?'
'Er zijn een heleboel mensen die op je stemmen, die je fantastisch vinden.'
'Vrienden, Krisztina. Ik heb het over vrienden. En dan moet ik al die gekken die zich bij mijn partij hebben aangemeld ook nog in het gareel houden. Nog een naam: Cor Bosman, die Roermondse kruidenier. Je begrijpt toch ook wel dat ik eigenlijk niks met dit soort gekken te maken wil hebben.'
'Maar in de partij heb je toch ook vrienden?'
'Noem een naam.'
'Martin Bosma bijvoorbeeld.'
'Dat fanatieke keffertje dat altijd zo verbeten kijkt. Altijd recalcitrant en rancuneus. Krisztina, laat me nou alsjeblieft even liggen. Als ik dat soort namen hoor, wil ik alweer onder de dekens kruipen.'
'Geert dat kan echt niet. Het is drie uur. De hele zaterdag lig je op bed. Ik begin me echt ongerust te maken.'
'Helemaal terecht. Weet je wat, stuur maar een persbericht dat ik met onmiddellijke ingang uit de politiek stap om gezondheidsredenen. Zou je dat willen doen?'
'Geert, dat meen je niet.'
'Dat is waar, schrijf maar gewoon dat Geert Wilders niks meer met zichzelf te maken wil hebben. Dat hij al die rancuneuze criminelen die hij om zich heen heeft verzameld nooit meer wil zien omdat hij zich voor hen en zichzelf schaamt. Alsjeblieft, Krisztina, ga dat persbericht nu schrijven. Ik wil maandag niet meer naar het Binnenhof, ik wil een Buitenhof. Ik wil boer worden of zo, kluizenaar desnoods. Ik ben moe Krisztina, gewoon ontzettend moe.'
'Ik maak me zo ongerust over je.'
'Nee, ga nou niet op mijn bed zitten. Dat schudt zo. Ik kan er gewoon niet tegen. Alles is te veel voor me. Heb je een temesta voor me? Ik wil een ander hoofd, dat is het. Gewoon een ander hoofd. Een hoofd dat aan andere dingen denkt dan aan de Islam, vluchtelingen en dat koningshuis. Als ik slaap krijg ik misschien een ander hoofd. Laat me nou alleen, lieverd. Alsjeblieft, ik wil even helemaal alleen zijn.'
|
|
Askegel13-01-2012 20:43
Vrijdag 13 januari, Den Bosch
Mijn opa had een groot aantal talenten. Een van die talenten was dat hij een appel kon schillen zonder te stoppen. Ik keek er altijd met bewondering naar en was er trots op dat mijn opa dat kon. Ik vermoed dat ik dat talent van mijn opa heb geërfd, want na lang oefenen heb ik het niveau van mijn opa bereikt.
Ik moet twee appels voor de makreelsalade schillen. Zonder problemen ontdoe ik ze in één keer van hun schil. Als mijn opa klaar was, hing hij het lange appellint als een das om mijn nek.
Mijn opa kon nog iets waar ik hem om bewonderde. Hij kon een sigaar oproken zonder de as er vanaf te tippen. Hierdoor ontstond al rokende een askegel.
Omdat het op een gegeven moment niet meer horizontaal lukte, de as zou er vanaf vallen, zakte mijn opa steeds meer onderuit. Op een gegeven moment lag hij zelfs in zijn leunstoel (wie heeft er tegenwoordig nog een leunstoel) het laatste stukje sigaar op te roken. Op dat stukje stond de askegel.
Soms lukte het hem niet. Dan viel de as van de sigaar op zijn overhemd. Maar soms lukte het hem wel, we waren dan apentrots. En het was ook bijzonder. Zo bijzonder dat zo'n askegel werd tentoongesteld bij kruidenier Jansen die onder de bovenwoning van mijn opa en oma zijn zaak had.
Als het mijn opa lukte om alleen de askegel over te houden, kwam hij heel voorzichtig uit zijn liggende houding omhoog. Elke beweging kon een einde aan zijn kunstwerk maken. De opluchting was groot als hij eenmaal stond.
Met de grootste voorzichtigheid schuifelde hij uit de woonkeuken, waar zijn leunstoel stond, naar de trap. Stapje voor stapje ging hij de trap af. De buitenlucht was het meest penibele onderdeel. Eén windje en de as woei alle kanten op.
Eenmaal in de kruidenierszaak schaarden de klanten van kruidenier Jansen zich bewonderend om de askegel. Mijn opa hield de askegel met zijn ene hand tussen duim en wijsvinger omhoog. Met zijn andere hand beschermde hij de kegel. Ik herinner met het als een teder gebaar.
Vervolgens werd heel langzaam en voorzichtig de askegel in de etalage van kruidenier Jansen gezet. Nu ik dit opschrijf, vraag ik me af hoe die askegel bleef staan. En ik snap ook niet hoe die askegel heel bleef. Al die mensen die de winkel inkwamen, moeten toch veel luchtverplaatsing hebben veroorzaakt.
Mijn opa had ook een talent voor parkieten. Dat heb ik ook. Mijn opa had, sinds ik mij kan herinneren, een parkiet. De vogel vloog meestal rond door de woonkeuken.
Mijn opa had een stok met een plastic dop op het einde. Als hij die in de lucht hield, vloog de parkiet op de stok. De parkiet zat vaak op de schouder van mijn opa. Wat dat betreft was mijn opa zijn tijd ver vooruit. Later zou Herman Brood hem nog met een papegaai imiteren. Als mijn opa zich schoor, snoepte het beestje van het scheerschuim.
De parkiet wist precies wanneer mijn opa zat te eten. Hij vloog dan op de schouder van mijn opa en begon uit zijn mond te eten. Mijn opa kauwde het eten voor hem lekker fijn, de vogel genoot ervan en pikte keer op keer het eten van de tong van mijn opa.
Ik zei dat ik ook een talent voor parkieten heb. Dat weet ik omdat ik als kind ook altijd parkieten heb gehad. Mijn parkieten, die stuk voor stuk Popie heetten, konden hetzelfde als de parkieten van mijn opa. Daar zorgde ik wel voor.
Mijn vader vond dat lang niet altijd leuk. Mijn parkiet vloog ook los door de kamer en scheet op zijn geluidsinstallatie. Bovendien pikte mijn parkiet de gordijnen kapot.
Ik had een intense band met mijn vogels. Dat weet ik door de laatste Popie die ik had. Op een gegeven moment kregen we, tot mijn grote vreugde, een hond, een grijze poedel die Cindy heette. De aandacht die ik eerst aan mijn parkiet schonk, ging nu naar Cindy.
Ze was daar zo verdrietig om dat ze eieren ging leggen. Dat kon helemaal niet want er was geen mannetjesvogel bij haar geweest. Wij dachten dat er een wonder geschiedde: een onbevlekte ontvangenis? Was het dan toch mogelijk? De dierenarts wist ons echter te vertellen dat Popie gewoon jaloers op Cindy was. Om onze aandacht te trekken, ging hij eieren leggen. Toen ik later op advies van de dierenarts zo'n eitje kapot maakte, bleek het inderdaad leeg te zijn.

|
|
Donker12-01-2012 15:52
Donderdag 12 januari, Den Bosch
Ik slaap diep. Ontzettend diep. Zelden dat ik zo diep slaap. Het is niet gek dat ik zo diep slaap. De afgelopen dagen ben ik steeds heel vroeg opgestaan en laat naar bed gegaan. Wat is het toch heerlijk om heel diep te slapen, ver weg van de wereld te zijn.
Dan gaat de telefoon. Waar ben ik? Hoe laat is het? Het is zo moeilijk om vanuit een diepe slaap omhoog te klimmen.
Ik graai naar de telefoon. 06.30 uur. Mijn display geeft aan dat het Anne is. Meteen ben ik ongerust.
Anne huilt dat ze zo'n pijn in haar buik heeft. De hele nacht heeft ze wakker gelegen en de pijn wordt steeds erger. Ze zegt dat ze heeft besloten om naar het ziekenhuis te gaan.
'Ik kom nu naar je toe,' zeg ik. Inmiddels zit ik op de rand van het bed.
'Nee, nee, dat hoeft niet. Ik kan zelf wel naar het ziekenhuis. Wacht eerst maar af wat de dokter zegt.'
'Een man met dochters is een gezegend mens,' schreef ik gisteren. Ik sta nog steeds achter die woorden, maar een man met dochters kan ook veel zorgen hebben. De afgelopen weken is Anne ziek geweest. Ze knapte net wat op. Nu is het met haar darmen weer mis. Anne heeft een spastische darm en soms speelt die op. Erg vervelend. Elke keer ben ik weer bezorgd.
Ik overweeg weer te gaan slapen. Maar dat is onzin, over een half uur gaat de wekker. Omdat ik opsta, heb ik een veel langere ochtend dan normaal. Ik lees eerst de krant en dan pak ik het Boek der rusteloosheidvan Fernando Pessoa. Het is alsof de duvel ermee speelt. Slaap, slaap, ook Pessoa gaat over slaap. Ik lees:
'De dood lijkt niet op de slaap, zei ik, want als je slaapt, leef en slaap je; ik begrijp trouwens niet hoe iemand de dood ook maar ergens mee kan vergelijken, want je kunt er geen ervaring mee hebben en je hebt ook niets waarmee je hem kunt vergelijken.
Mij lijkt de dood, wanneer ik een dode zie, een vertrek. Het lijk wekt bij mij de indruk van uitgetrokken kleren. Iemand is weggegaan en hoefde het enige echte pak dat hij droeg niet mee te nemen.'
Pessoa schrijft: 'Ik begrijp trouwens niet hoe iemand de dood ook maar ergens mee kan vergelijken…'
Ik ben het niet met hem eens. Wij weten allemaal hoe de dood is. Wij komen namelijk uit de dood; wij zijn al dood geweest. Voor onze geboorte waren we allemaal dood. Er was niets. Helemaal niets. Wij waren ons van niets bewust omdat wij helemaal niets waren. Als we sterven, zal de geschiedenis zich herhalen. Wij keren terug naar het helemaal niets. Wij zullen ons opnieuw van helemaal niets bewust zijn. Ashes to ashes dust to dust.
Ooit schreef ik het volgende gedicht.
-
Donker
donker
dan groeit
uit een kraan
een druppel
groter tot hij
langzaam valt
donker
donker.
|
|
Spijbelen11-01-2012 15:51
Woensdag 11 januari, Den Bosch
Ik heb om 13 uur een vergadering bij het Theater Instituut Nederland (TIN) over de internationale promotie van de podiumkunsten. Het TIN wordt per 1 januari 2013, zoals zoveel podiumkunsteninstellingen, wegbezuinigd. Belangrijke taak van het TIN is de internationale promotie. Als er niets gebeurt, vindt die taak dadelijk niet meer plaats.
Het wonderlijke is dat alle andere kunstdisciplines, zoals design, architectuur en film, wel een instelling overhouden die de internationale promotietaak op zich nemen. Op de een of andere manier hoeft voor de podiumkunsten geen internationale promotie meer worden gemaakt.
De vergadering duurt veel minder lang dan ik had gedacht. Mijn volgende vergadering heb ik pas om 17 uur in de Amsterdamse schouwburg. Zodoende heb ik opeens 2, 5 uur over.
Als ik terugloop naar de parkeergarage realiseer ik me dat ik dicht bij Artis ben. Opeens krijg ik zin om naar de dierentuin te gaan. Het is zo lang geleden dat ik in een dierentuin ben geweest. Daarom neem ik een subversief besluit: voor de afwisseling ga ik eens spijbelen. Er is geen leerplichtambtenaar die de laatste vijfendertig jaar op me heeft gelet en toch spijbel ik nooit. Het is vandaag voor de eerste keer in vijfendertig jaar dat ik me dat permitteer.
Nou vind ik er eerlijk gezegd niks aan om alleen door een dierentuin te lopen. Er zijn veel dingen die je echt met z'n tweeën moet beleven. Ik denk aan reizen, cafébezoek, uit eten, theaterbezoek en naar de dierentuin gaan.
Ik weet gelukkig dat Anne vanmiddag vrij is. En ik weet ook dat Anne altijd meteen in is voor dit soort zaken. Ik word in mijn weten niet teleurgesteld. 'De dierentuin? Wat een goed idee,' en ze springt meteen op haar vouwfietsje.
Zo komt het dat we samen door een lege dierentuin lopen. In totaal zijn er een stuk of vijftig mensen, schat ik. Op zich niet gek. Het is woensdag. Iedereen werkt of zit op school. Bovendien miezert het.
Anne en ik zijn één keer eerder in Artis geweest. Ik denk zo'n dertien jaar geleden. Er logeerde een Braziliaanse student voor een paar maanden bij ons. Op een zaterdag hebben we hem Amsterdam laten zien, inclusief Artis.
De eerste die we in Artis tegen het lijf liepen, was Richard Krajicek en Daphne Deckers. In het echt zag ze er net zo mutserig uit als op televisie. Anne, die in die tijd nog zelf tenniste, vond het reuze interessant om zomaar Krajicek in het wild tegen te komen. Vandaag komen we vrijwel niemand tegen.
We genieten van het jonge olifantje dat vrolijk door zijn buitenkooi rent. Bij de gorilla's zijn twee baby's geboren. Het ene gorillajong doet me aan Malu denken, het heeft hetzelfde mooie ronde hoofdje en het maakt dezelfde onzekere bewegingen.
Wat is het toch een geluk om dochters te hebben. Je hoeft er maar een te bellen en ze gaat zo mee naar de dierentuin. Ik ben misschien een ietwat suffe vader. Toen ik vader werd, dacht ik aan een kind alleen maar in termen van een baby. Ik zag alleen een baby voor me.
Dat was erg dom omdat een kind maar een paar maanden echt een baby is. Al gauw gaat het kruipen, lopen en praten en dan is het, zie Malu, al snel een echt mensje.
Ik vind het onvoorstelbaar dat ik nu met een 24-jarige dochter door de dierentuin loop. En dat het hele kleine meisje, dat ik voor het eerst op een bed in Colombo zag liggen, net veertien dagen oud, nu als een volwassen vrouw naast me loopt. Een man met dochters is een gezegend mens. Een man met zonen waarschijnlijk ook, maar daar kan ik niet over meepraten.
Als ik na mijn volgende afspraak naar de parkeergarage loop, belt Malu. Ze praat honderduit haar taaltje dat ik nog niet begrijp. Ik hoor wel dat het woordje opa er heel vaak in voorkomt.
Ze belt me niet voor niets. Sinds een maand ben ik een muziekdoosje. Dus dat betekent dat ik moet zingen. Malu belt me soms wel twee tot drie keer per dag en dat op de meest onverwachte momenten. Nu loop ik door de stad. Dat heeft tot gevolg dat ik op het Leidseplein Ik zag twee beren broodjes smeren loop te zingen.
Mijn collega's zijn er inmiddels aan gewend dat Malu me zo nu en dan belt. Ze weten dat ik mijn rol als muziekdoosje moet waarmaken en ze kunnen volop meegenieten van mijn galmen: Poesje miauw, Klein, klein kleutertje wat doe je in mijn hof, En van je ras, ras, ras rijdt de koning door plas. Dat is zo'n beetje mijn repertoire. Voor Malu zing ik uit volle borst en zonder terughoudendheid.
De toeristen op het Leidseplein kijken me raar aan. Zij weten niet dat ik soms even voor muziekdoosje moet spelen.

Olifant met jong

Giraffe met jong
|
|
Charles Bukowski10-01-2012 15:50
Dinsdag 10 januari, Meppel
Gisteren ging ik even langs bij boekhandel Livius in Tilburg. Ik ga altijd even langs bij boekhandel Livius als ik in de buurt ben. Dat is tenminste nog een echte boekhandel.
De boekhandels die zich verenigd hebben onder de naam Selexyz, en dat zijn de grootste boekhandels in ons land, dreigen om te vallen. Niet vreemd, vind ik. Langzaam heb ik die prachtige boekhandels, waar ik zo graag kwam, zien veranderen in een winkelformule.
De graadmeter van een goede boekhandel is de kast met poëzie. In een goede boekhandel staat deze kast mooi vol, ondanks dat de omloopsnelheid van die bundels dramatisch slecht is.
Bij de Selexyz boekhandels zag je de inhoud van die kast verschrompelen. Aan de kast zag je de besluiten van de managers die de boekhandelketen in de greep kregen, besluiten die maar één ding op het oog hadden: winstoptimalisatie. Sinds het daar armtierige kasten zijn, wist ik dat dit het einde van de boekhandelketen zou aanbreken. Vanaf die tijd kocht ik al mijn boeken bij Livius.
Bij Luvius loop ik altijd het eerst naar de afdeling poëzie. Die afdeling hebben ze niet ergens in een onrendabel hoekje weggestopt. De kast met poëzie staat bij binnenkomst meteen links.
Tot mijn verrassing zie ik daar een vertaalde gedichtenbundel van Charles Bukowski liggen onder de titel De genoegens van de verdoemden. Ik ontdekte Charles Bukowski toen ik zo'n zeventien jaar was. Jacques en ik waren meteen grote liefhebbers van zijn werk.
Het is geen lief en gepolijst werk dat hij maakt. Integendeel. Het is proza en poëzie van de zelfkant, rauw, grof, tragi-komisch. De zelfkant waarin hij zelf ook leefde. Zijn werk gaat over armoe, alcohol, gokken, hoeren en neuken.
Ik leerde Charles Bukowski eerst via zijn korte verhalen kennen. Daarna las ik een paar korte romans, zoals Post Office en Factotum. Pas later ontdekte ik dat hij ook gedichten schreef. Al die boeken zijn overigens ongelooflijk mooi uitgegeven bij de Black Sparrow Press.
Toen ik als puber zijn verhalenbundel Erections, ejaculations, exhibitions and general tales of ordinary madness las, schreef ik het volgende gedicht.
Ode
Ik lees een verhaal
van bukowski uit
erections, ejaculations,
exhibitions and general tales
of ordinary madness
ik ruik een vagina
kijk om mij heen
dat is pas
beeldend schrijven.
Ik koop de vertaalde bundel meteen, want volgens mij zijn er nooit eerder vertaalde gedichten van hem gebundeld. Ik vind het fijn om ze ook in vertaling te hebben omdat ik altijd moeite heb om Engelstalige poëzie te lezen. Ik weet namelijk nooit goed of ik het wel echt echt begrijp, ben altijd bang dat ik een betekenis, een laag mis.
Eenmaal thuis begin ik meteen in de bundel te lezen. Het is lang geleden dat ik wat van hem las, maar ik voel me meteen weer thuis. Om een indruk van zijn poëzie te geven, volgen hieronder een drietal gedichten.
de spotvogel
de spotvogel had achter de kat aan gezeten
de hele zomer lang
vol spot vol spot vol spot
pesterig en hanig;
de kat kroop op de veranda's onder schommelstoelen
zwaaistaartend
en zei iets woedends tegen de spotvogel
dat ik niet begreep.
gisteren kwam de kat kalmpjes het garagepad oplopen
met de spotvogel levend in zijn bek,
vleugels waaierend, die mooie vleugels waaierend en flapperend,
veren uiteen als de benen van een vrouw,
en de vogel spotte niet meer,
hij vroeg iets, hij bad
maar de kat
die aantrad op zijn trotse weg door de eeuwen
wou niet luisteren
ik zag hem wegkruipen onder een gele auto
met de vogel
om die ergens heen te rommelen
de zomer was voorbij.
Mijn vriend William
mijn vriend William heeft het goed voor mekaar:
hij mist de fantasie om te lijden
hij hield zijn eerste baan
zijn eerste vrouw
doet 80.000 km met zijn auto
zonder de remmen te laten smeren
hij kan dansen als een zwaan
en heeft de mooiste lege ogen
aan deze kant van El Paso
zijn tuin is een paradijsje
de hielen van zijn schoenen zitten nooit scheef
en zijn handdruk is stevig
mensen mogen hem
als mijn vriend William sterft
zal het vast niet zijn door waarzin of kanker
hij loopt de duivel vierkant voorbij
recht de hemel in
je ziet hem straks op het feest
met een brede glimlach
boven zijn cocktail
beaat en verzaligd
terwijl een vent
zijn vrouw neukt
in de badkamer
wat nu?
de woorden zijn gekomen en gegaan,
ik zit ziek te zijn.
de telefoon gaat, de kat slaapt.
Linda stofzuigt.
ik wacht op leven,
wacht op doodgaan.
ik wou dat ik wat moed op kon trommelen.
't is een beroerde toestand
maar de boom buiten weet het niet:
ik zie hem bewegen op de wind
in de namiddagzon.
ik heb hier niets te beweren,
alleen maar te wachten.
iedereen staat er alleen voor.
O, ik was ooit jong,
O, ik was ooit ongelofelijk
jong!
|
|
Huis09-01-2012 15:49
Maandag 9 januari, Den Bosch
Een huis heeft een ziel. Dat weet ik omdat ik in meer dan twintig huizen heb gewoond. Je hebt rijke zielen, je hebt dode zielen, je hebt niets zielen. Ik ben er nooit achtergekomen wat nu precies het verschil bepaalt.
Sommigen wijten het aan aardstralen. Onzin, lijkt me. Niets anders dan metafysica. Bullshit. Het zit in andere dingen.
Ik heb gemerkt dat voor mij een uitzicht heel belangrijk is. Ik heb eens in een heel mooi huis in Leeuwarden gewoond, zo'n dertiger jaren woning waar ik zo van hou. Maar het was een huis met een dode ziel. Ik heb altijd het gevoel gehad dat het kwam omdat ons enige uitzicht de haag van de overbuurman was.
Sindsdien heb ik besloten dat ik nooit meer in een huis in een straatje wil wonen. Ik wil niet het huis van de overbuurman als uitzicht. Ik wil een echt uitzicht, ik wil van me af kunnen kijken. Sommige huizen zijn opgesloten en ik hou niet van opgesloten.
Daarom ben ik zo blij met de huizen die we nu hebben. Ons huis in Den Bosch is een soort uitzichtpost in de stad. We kijken ver een straat in waar van alles gebeurt. Het is een soort wildtoren in het bos van waaraf je reeën kunt bespieden.
In Meppel is het niet anders. Daar kijkt ons appartement uit op een van de drukste pleinen van Meppel. Het uizicht daar heeft iets weg van een groot aquarium. De wereld als aquarium. Over Moddergat hoef ik niet eens te praten. In Moddergat kijken we uit over de hele wereld.
Maar het zit niet alleen in het uitzicht. Het zit volgens mij ook in de grootte van het huis. Ik hou niet van hele grote huizen, van huizen waarin je niet weet wat je met de kamers moet doen.
Ons huis in Den Bosch vind ik zelfs iets te groot. Ons huis in Meppel vind ik ideaal: een grote woonkamer, twee slaapkamers. Meer is niet nodig. Ons huis in Moddergat is eigenlijk geen huis, het is een cocon. Het is buitengewoon klein, maar ik zou er met veel plezier permanent kunnen wonen.
Ik heb ook gemerkt dat de hoogte van kamers een rol speelt. Kamers met een laag plafond dragen niet bij aan een rijke ziel. Een huis moet uitzicht hebben, maar ook hoogte. Plafonds kunnen je onaangenaam naar beneden drukken. De kracht van Meppel zijn de hoge kamers. En de lege kamers. Ik hou ook van lege kamers. Hoe minder troep, hoe beter. Maar dat is ook weer niet helemaal waar. Want de studeerkamer in Den Bosch staat vol met boeken en die kamer vind ik toch een soort baarmoeder.
Het criterium of een huis een rijke of dode ziel heeft, merk je aan het werken. In sommige huizen kan ik buitengewoon goed werken, andere huizen zitten werken in de weg. Ik heb nu het geluk dat ik in alle drie de huizen uitstekend kan werken.
Alhoewel ik niet op alle plekken in de huizen goed kan werken. In Den Bosch kan ik bijvoorbeeld in de woonkamer erg goed werke. In de studeerkamer ben ik graag, maar daar werk ik moeizamer. Dat komt misschien ook door de tafel. Een rijke ziel heeft een grote tafel nodig, vind ik. In de studeerkamer staat nu een miezerig bureau. Dat werkt niet lekker. In de woonkamer daarentegen staat een loei van een tafel -ideaal.
Ik heb wel gemerkt dat het enig geluk vergt om een huis te krijgen met een rijke ziel. Het is niet zo dat je, als je verliefd bent op een huis, meteen een rijke ziel hebt verworven. Zo was ik, toen ik in ons huis in Arnhem binnenkwam, meteen verliefd. Maar het werd geen happy end.
Zo had ik enorm veel last van de snelweg die een paar honderd meter verderop lag. Je hoorde de snelweg eigenlijk niet, maar het hele zachte gesuis had een fnuikende uitwerking op me.
Stilte is ook belangrijk. Misschien wel net zo belangrijk als een uitzicht. Ik ben allergisch voor geluiden waar ik geen invloed op heb, die mij worden opgedrongen.
Ik zit nu in Den Bosch midden in de stad te werken aan een grote tafel. Het uitzicht heb ik beperkt door de gordijnen dicht te doen. Ik hou van cocons. Ik zit dan wel midden in de stad, maar het is muisstil. Ik heb nu het geluk om in rijke zielen te kunnen werken. Dat is ook wel eens anders
geweest.
PS Het is niet onze vrijwillige keuze om drie huizen te hebben. Het huis in Den Bosch willen we graag verkopen. Wie in het bezit wil komen van een rijke ziel, kan zich via dit blog melden.
|
|
Heft08-01-2012 15:48
Zondag 8 januari, Den Bosch
Rare dag. Een zondag vol plichtplegingen. Om half twaalf begint in Ogterop al een nieuwjaarsconcert met het Noord Nederlands Orkest. Wyb houdt voor het concert een toespraakje en krijgt groot applaus als ze vertelt dat er het afgelopen jaar 15% meer bezoekers in Ogterop zijn geweest.
In de pauze ga ik weg omdat we vanmiddag met Het Zuidelijk Toneel meewerken aan het festival Frisse Oren. Met het festival wordt in Tilburg het nieuwe culturele jaar geopend. Eerlijk gezegd ben ik alweer helemaal ondergedompeld in 2012. Het lijkt of er al een maand voorbij is. Door dit soort activiteiten krijg ik gelukkig opnieuw even een Nieuwjaarsgevoel.
Vanavond werk ik aan een nieuw project. Uitgevers zorgen slecht voor hun schrijvers, vind ik. Stel dat een boek in de voorjaarsaanbieding verschijnt. Het boek wordt dan volop verkocht. De boekwinkels kopen het in, de bibliotheken. Dan komt de zomeraanbieding en alle aandacht gaat uit naar de nieuwe lichting boeken.
Een boek staat tegenwoordig nog maar even in de boekwinkel. Een nieuwe lading boeken zorgt voor nieuwe koopimpulsen, dus er vindt voortdurende verversing plaats. Na een jaar is dat boek uit de voorjaarsaanbieding uit alle winkels verdwenen. Het is nog wel via internet te bestellen, maar er is al geen lijfelijke aanwezigheid meer van het boek.
Als je geluk hebt, raakt het boek uitverkocht. Mocht dat niet het geval zijn, dan worden de exemplaren die overblijven na twee jaar uit de voorraad gehaald en verramsjt, soms zelfs gewoon door de papiersnipperaar gehaald. Vernietigen is goedkoper dan bewaren.
Van de dertig boeken die ik heb geschreven, zijn er nog maar een stuk of vier via internet te bestellen. Zo verdwijnen hele oeuvres uit het zicht. Herdrukken is er nooit meer bij. Dat is alleen weggelegd voor de klassiekers en de grote bestsellers.
Dat wil ik niet laten gebeuren. Daarom heb ik van al mijn boeken de rechten teruggevraagd. Een collega heeft de boeken inmiddels door het kopieerapparaat gehaald. Tegenwoordig is het namelijk mogelijk om er, al kopiërend, een Word-bestand van te maken.
Samen met Ineke heb ik afgesproken dat we per jaar drie oude boeken van mij gaan heruitgeven. De boeken zijn dan verkrijgbaar als gedrukt boek (leve printing-on-demand!) en als e-book. We doen dit onder de naam van Uitgeverij Prinsen. Zodoende zijn over een paar jaar al mijn boeken weer verkrijgbaar.
Als mijn collega er Word-bestanden van maakt, zijn de bestanden niet zomaar te gebruiken. Er komen soms rare tekens in voor en ook met paginanummers en afbrekingen heeft het kopieerapparaat moeite. Vandaar dat ik alle boeken eerst moet opschonen voordat Ineke ze kan vormgeven. Maar goed, dat is altijd nog veel gemakkelijker dan alles overtypen.
Ik heb inmiddels twee boeken helemaal schoon aan Ineke kunnen geven:De jongen met de viool en andere verhalen en De jongen die nooit meer uit zijn hol wilde komen. Binnenkort dus weer bij de betere (internet)boekhandel te bestellen. Jammer genoeg zullen ze niet in de boekhandel staan, want daar staat binnenkort de nieuwe voorjaarsaanbieding.
In de meeste boeken die twintig jaar geleden zijn uitgegeven, hebben boekhandels geen interesse. Dat zegt niets over de behoefte van een lezer die een bepaalde schrijver heeft ontdekt. Die wil ook best de andere boeken van hem kopen.
Gelukkig dat het door al die nieuwe technieken makkelijk wordt om het heft in eigen hand te nemen.
'Geert.'
'Met Martin, we hebben er weer een.'
'Vertel.'
'Heb je het ochtendjournaal al gezien?'
'Nee.'
'Ons staatshoofd heeft een moskee bezocht met een hoofddoek om.'
'Ja? En? Dat is toch heel normaal.'
'Ja, dat is wel normaal, maar dat kunnen wij toch mooi gebruiken. Hé, Geert, je moet wel wakker blijven, hè? Dat betekent dat wij mooi kamervragen kunnen stellen.'
'Zit iets in.'
'Man, daar zit heel veel in, een koningin die zich aan de islam aanpast. Dat is toch belachelijk. We hebben meteen twee vliegen in één klap. We kunnen mooi weer een keer koninginnetje pesten en we kunnen de islam weer eens lekker sarren. Halen we bakken publiciteit mee binnen. Wedden?'
'Klinkt inderdaad niet gek. Maar je weet dat er ook een fotootje van mij is met een keppeltje op.'
'Nou? En? Een hoofddoek staat symbool voor vrouwenonderdrukking. Een keppeltje volgens mij niet. En weet je wat ook zo mooi is?
'Nou?'
'Iedereen heeft het maar over economie, over crisis. Met dit onderwerp kunnen we de boel een beetje afleiden. De onderwerpen waar wij zo gek op zijn, vluchtelingen, islam, komen nauwelijks meer aan bod.'
'Onmiddellijk doen. Je bent goud waard.'
'Kijk, Geertje, dat noem ik nou eens echt iemand ontzettend in zijn brievenbus pissen. Is dit een goed begin van het nieuwe jaar of niet?'
'Een heel goed begin.'
'Highfive?'
'Highfive.'
|
|
Bloem07-01-2012 15:47
Zaterdag 7 januari, Meppel
Wyb en ik besluiten vandaag niet naar Moddergat te gaan. We hebben geen zin in weer een lange autotocht, ook al zijn we benieuwd hoe ons huisje zich in dit stormweer heeft gehouden.
We besluiten een tocht door de Weerribben en De Wieden te maken, het zompige moerasgebied dat ten westen van Meppel ligt. Het bestaat uit veel vennen, meertjes, sloten, vaarten en veel, heel veel rietvelden. Als je hier met een bootje ingaat, moet je goed de weg weten.
Het is slecht weer en dat maakt het gebied nog mooier. Donkere wolken drijven over het water en het riet. Hier en daar branden rietsnijders het riet, de rookwolken maken het gebied nog onheilspellender.
Wyb en ik speuren naar vogels, maar er laten zich niet veel zien. Op een gegeven moment zien we in een veld vier eenden –of zijn het ganzen?- die we niet herkennen. Gelukkig hebben we onze telescoop bij ons. Voor onze verrekijkers zijn ze te ver weg.
Het blijken Casarca's te zijn, een soort dat we nooit eerder hebben gezien. Tenminste, dat denken we. Als we de soort willen noteren, zien we dat we ze op 16 januari 2009 bij het Lauwersmeer al eerder hebben gezien. Zijn we totaal vergeten.
Halverwege de jaren negentig organiseerden we als Stichting Litteraire Activiteiten Leeuwarden, ik zat in de redactie, een J.C. Bloem dag. Met zo'n zestig mensen gingen we in een bus eerst naar St. Nicolaasga waar de dichter ooit met zijn veel jongere vrouw Clara Egging heeft gewoond.
In St. Nicolaasga schroefden we een gedenkplaat op hun voormalige woonhuis.
Daarna reden we me de bus naar Paasloo waar de dichter ligt begraven. Met z'n zestigen stonden we wat ongemakkelijk rond de twee witte stenen van de schrijvers. Een paar mensen legde bloemen op hun graven. Om ons heen deed de pers zijn werk. Want een stel malloten die naar het graf van
een dode dichter gaan, had blijkbaar nieuwswaarde.
Nog even over St. Nicolaasga. Het is het meest onfriese dorp van Friesland. Sowieso is het een katholieke enclave. Je vindt er zelfs een katholieke kerk. Daar komt bij dat het in en rond het dorp bebost is. Dat is toch zeer uitzonderlijk in Friesland.
De naam Moddergat is een mooie, maar ook in en rond de Weerribben rijden we door plaatsjes die er mogen zijn: Muggenbeet, Moespot, Kolderveen, Ronduite, Roekebosch, Onna, De Klosse, De Kluft en Luttelgeest.
Dan verschijnt op het bord de naam Kalenberg en ik moet meteen aan J.C. Bloem denken. Het was de laatste woonplaats van J.C. Bloem, vandaar dat hij in Paasloo ligt begraven.
Nu we toch in de buurt zijn, besluiten we zijn graf te bezoeken. En zo komt het dat ik voor de tweede keer in mijn leven bij zijn graf sta. Wat betekent dat ik zijn graf vaker heb bezocht dan de graven van mijn opa's en oma's.
Wyb ontpopt zich als grafschender. We maken foto's. Maar Wyb vindt dat een vaasje met bloemen de grafsteen niet mooier maakt. Ze pakt het vaasje, dat in drie stukken uiteen valt. De bloem, helemaal vergaan, verpulvert. Daar had J.C. Bloem vast een mooi gedicht over kunnen maken.
'Ik zet er wel eens een nieuw vaasje neer,' zegt Wyb verontschuldigend. Ik ben benieuwd wanneer we dat doen, want dat zou betekenen dat ik voor de derde keer bij het graf kom. Maar onze intenties zijn goed en we hebben iets goed te maken.
's Avonds gaan we naar Ramses. Het is geafficheerd als een musical, maar het blijkt muziektheater van het hoogste niveau te zijn. De oude Ramses, geteisterd door drank en Alzheimer, kijkt terug op zijn leven. Hierdoor ontstaat een perspectief waardoor het stuk niet ontaardt in het reproduceren van de overigens prachtige liedjes van Ramses.
In de Volkskrant kreeg Ramses zes sterren, en dat is helemaal terecht. Glansrol trouwens voor Hans Hoes, die de oude Ramses speelt. Ik heb hem ook wel eens in een andere hoedanigheid op toneel gezien. Dit stuk is zijn grote revanche.
Er zijn ook vrienden bij de voorstellingen. Zodoende wordt het erg laat.

De graven van J.C. Bloem en Clara Eggink op de begraafplaats van
Paasloo.
|
|
Zandzakken06-01-2012 15:46
Vrijdag 6 januari, Meppel
'Au.'
'Lex, wakker worden.'
'Au. Niet zo hard… ik slaap… Laat me nou slapen...'
'Lex, je moet wakker worden, de telefoon gaat.'
'O, nee. Hoe laat is het?'
'Kwart over drie.'
'Midden in de nacht?'
'Midden in de nacht.'
'Godverdomme.'
…
'Met Alex hier.'
'Alex, met mammie.'
'Mammie, het is kwart over drie.'
'Een koning moet altijd wakker zijn, altijd waakzaam.'
'Maar waarom belt u?'
'Er is iets fantastisch aan de hand, schatje.'
'Wat dan?'
'Het land loopt bijna onder. Het water stijgt en op een aantal plekken begeven de dijken het.'
'Ja? En?'
'Alex, dit kan een belangrijke moment voor je worden.'
'Hoe bedoelt u?'
'Liefje, je bent een watermanager. Je kunt nu laten zien wat je waard bent. Pak je regenpak en laarzen uit de kast. Redt het land en je wordt een held. Het volk zal aan je voeten liggen.'
'Mammie, het is kwart over drie. Een watermanager bekijkt de situatie van afstand, over een langere periode.'
'Ja, maar dan heb je toch niet goed gekeken. De hele boel dreigt onder te lopen.'
'Daar kan ik toch niks aan doen. Je hebt waterschappen, dijkgraven.'
'Maar je had tegen die dijkgraven toch wel kunnen zeggen dat ze de dijken hadden moeten versterken?'
'Dat weten ze zelf maar al te goed.'
'En dan zeg jij niks? Dan word jij niet boos? Alex, ik wil dat jij nu opstaat en naar Groningen rijdt.'
'En wat moet ik daar dan doen?'
'Zandzakken sjouwen, koeien evacueren, het maakt niet uit. Maar doe iets. Laat zien dat je een watermanager bent.'
'Mammie, er zijn vast genoeg mensen die zandzakken sjouwen. Ik kan niet weg want Max moet morgen al heel vroeg naar New York om wat microkredieten te verstrekken. Ik moet de kinderen naar school brengen.'
'De kinderen naar school brengen? Heb je geen lakei die dat voor je kan doen? Ik heb jullie nooit naar school gebracht. Ik ben zelf ook nooit naar school gebracht. Daar heb je lakeien voor, hoor. Hup, pak je laarzen. Laat zien dat je een man bent.'
'Mammie, over drie uur gaat de wekker. De kinderen zijn over twee uur misschien wel wakker. Ik ga nu echt slapen.'
'De plicht roept je, het volk roept je. Ze willen een watermanager. Pak desnoods een emmer en ga hozen. De mensen willen zien dat je meeleeft. Waarom betalen de mensen in het land anders al die miljoenen aan ons? De mensen in het land willen er ook iets voor terug zien. Ze willen zien dat je je om hen bekommert.'
'Mammie, ik hang u nu echt op. Max ligt hier al wakker naast me en die heeft toch echt haar schoonheidsslaapje nodig.'
'Alex, ik wil dat je je als een man gedraagt. O, had ik maar een gemaal.'
'Pappie is al lang dood, dat weet u ook wel.'
'Helaas wel, ja.'
'Ik ga u nu echt ophangen.'
'Hoor je wel wat je zegt?'
'Wij moeten slapen, mammie. Anders zijn we morgen niks waard.'
'Alex doe nou alsjeblieft niet zo slap. Heb je vanavond weer te veel pilsjes gedronken?'
'Helemaal niet. U weet ook wel dat ik sinds nieuwjaar aan de lijn doe. Max vond mijn buikje te veel groeien, en dat begrijp ik best. Ik ga nu hangen, echt.'
'Alex, als jij me ophangt, moet je niet denken dat ik dit jaar afstand van de troon doe. Als jij nu niet je laarzen aantrekt, weet ik zeker dat je nog niet geschikt ben voor het koningschap.'
Toettoettoettoettoettoet.
'Alex?'
Toettoettoettoettoetteot.
…
'Was dat mammie?'
'Ja.'
'Wat zei ze?'
'Dat ik in Groningen zandzakken moest gaan sjouwen.'
'Alsof zandzakken belangrijker zijn dan microkrediet.'
'Lieve schat, ik wil nu echt slapen.'
'Kusje.'
'Hier dan.'
…
'Nee, Max, niet doen. Ik heb nu echt geen zin. Ik heb hoofdpijn. Ik werd zo plotseling wakker.'
'Even.'
'Nee, niks even. Ik draai me nu om.'
'Doe nou niet zo flauw.'
'Nee, afblijven. Echt niet. Hé, hoor ik daar niet een van de kinderen huilen?'
|
|
Vrijheid05-01-2012 15:45

Donderdag 5 januari, Den Bosch
De puber, die daar gebogen en ietwat verslagen voor die oranje tent zit, ben ik. Ik ben op deze foto 15 of 16 jaar, precies weet ik dat niet. Het is dus 1969 of 1970. Ik hoop dat het 1969 is, want dat is het jaar dat Wyb werd geboren. De foto is genomen in Zoutelande, in Zeeland.
Het is heel goed mogelijk dat ik net hiervoor de film Easy Rider heb gezien. Het kan ook goed dat ik niet lang hiervoor, samen met Jacques, op televisie beelden van Woodstock zag. De film kwam in 1969 uit en het popfestival vond ook in dat jaar plaats. Jacques en ik vonden beide gebeurtenissen prachtig. Wij waren namelijk ook hippies. Het was onze film, ons popfestival.
Jacques en ik waren bevriend met Hans. De ouders van Hans hadden een woonboot in de Waalhaven liggen. Bij die boot lag een sloep en in het voorjaar van dat jaar besloten we met die sloep een lange reis te maken.
De sloep was in slechte conditie. Het vergde dagen en dagen schuren en lakken om hem weer enigszins op te lappen.
Tegen de grote vakantie was onze boot klaar en kon onze grote reis beginnen. Wij waren zwervers, hippies, wij zouden de grote wereld gaan ontdekken. Voor het eerst gingen we zonder onze ouders op vakantie. Vrijheid! Eindelijk vrijheid!
We zetten een tocht uit. We zouden via de Waal over het Maas en Waal Kanaal naar de Maas varen. Via de Maas zouden we naar Frankrijk proberen te varen.
Het motortje pruttelde. Het water spatte omhoog als we door een golf voeren veroorzaakt door een vrachtboot. Het water van de Waal en de Maas rook naar vrijheid. We voeren een dag, twee dagen. Onze tenten zetten we op aan de oevers van de Maas.
Maar ik voelde dat er iets niet goed zat. Hans zat veel aan het roer wat voor zich uit te staren, hij praatte weinig met ons en lachen deed hij al helemaal niet.
's Ochtends werd het duidelijk. Toen we wakker werden, liep Hans triest over het kleine strandje. Op het strandje had hij in grote letters ZOAlS HET KLOKJE THUIS TIKT, TIKT HET NERGENS geschreven. Terwijl we het brood smeerden, kwam het hoge woord eruit. Hij had heimwee, wilde naar huis. Hij vond het niet leuk om steeds verder van huis te moeten varen.
Die dag bleek dat je ook op het water kunt liften. We staken onze duim op en mochten onze sloep achter een groot vrachtschip hangen. In één dag waren we thuis. Op die tocht naar huis zei Hans niets meer tegen ons en wij niet tegen Hans. Die dag hebben Jacques en ik een vriend verloren.
Deze teleurstelling deed echter niets af van het feit dat Jacques en ik aan de vrijheid hadden geroken, dat we toch hippies waren, dat we door de wereld wilden trekken.
Eenmaal thuis besloten we door Nederland te gaan liften. Het voert te ver om te vertellen wat we allemaal meemaakten, maar het wonderlijke is dat ik alles nog precies weet. Daarna ben ik nog tientallen keren op vakantie geweest. Van de meeste vakanties kan ik me nauwelijks iets herinneren, maar van deze trektocht kan ik me vrijwel elke dag herinneren. Ons geheugen is gek op dingen die je voor de eerste keer meemaakt.
Onze eerste reisdoel was Zoutelande, waar ome Theo, mijn lievelingsoom, samen met tante Annie en Yvonne op een camping stond. Ome Theo was een van de weinige volwassenen die ons begreep, dus we reisden graag naar hem toe.
We werden allerhartelijkst ontvangen en Jacques en ik zetten onze tent op naast de bungalowtent van Ome Theo en Tante Annie. Die nacht kwam de hemel naar beneden. Het regende zoals het zelden regent. Tenten liepen onder, mensen moesten werden geëvacueerd.
Jacques en ik gedroegen ons kranig. We kregen van Ome Theo een schop en wij liepen met onze blote lijvennaar buiten. Wij groeven diepe sleuven zodat het water mooi kon weglopen. Hierdoor bleef zowel ons tentje als de bungalowtent van ome Theo en tante Annie kurkdroog. Moe maar voldaan kropen we onze droge tent in.
De volgende dag werden we wakker door iemand die vlakbij onze tent stond te schreeuwen. Het bleek de campingeigenaar te zijn. Wie godverdomme die sleuven in zijn mooie terrein had gegraven. Voor iedereen was het duidelijk dat Jacques en ik dat hadden gedaan, ook voor hem. Of wij onmiddellijk de camping wilden verlaten.
Ome Theo en tante Annie gingen nog een goed woordje voor ons doen, maar dat mocht niet baten. Wij moesten onmiddellijk, maar dan ook onmiddellijk, het terrein verlaten.
Op de foto hebben we onze bagage al ingepakt. We hoefden alleen nog maar de tent af te breken. Ik zit er op de foto wat triest bij, maar als ik het me goed herinner, was daar geen sprake van. Het was voor Jacques en mij duidelijk dat Het Grote Avontuur was begonnen. Een half uur nadat deze foto werd gemaakt, zwaaiden wij onze rugzakken op onze rug en wij trokken verder, Het Grote Avontuur tegemoet. Jacques en ik hadden de smaak te pakken, we wisten het zeker: we zouden nog veel meemaken.
P.S. De tante Annie waar in het blog sprake van is, leeft nog steeds. Het toeval wil dat ze uitgerekend vandaag 78 jaar is geworden. Ik heb haar vanmorgen gebeld om te feliciteren, maar ik weet niet zeker of ze wist wie ze aan de lijn had.
Het valt me op dat ze altijd met veel plezier mijn naam noemt. Het lijkt wel alsof het noemen van mijn naam haar doet herinneren aan dat mooie verleden waar ze voornamelijk in leeft.
Het is stom, maar toen ze opnam, zei ik: 'Lieve tante met je Neef, van harte gefeliciteerd.' Ik noemde dus niet mijn naam. Ik merkte ze dat ze er tijdens het gesprek ook niet op kon komen.
|
|
Steekvlam04-01-2012 20:35
Woensdag 4 januari, Meppel
Ik heb een paar dagen geleden ontdekt dat Gerbrand Bakker ook een blog heeft, www.gerbranddingetje.nl. Ik schrijf niet alleen graag blogs, ik lees ze ook graag.
Dat heeft een aantal redenen. Op de eerste plaats vind ik het hapsnap karakter van een blog leuk. Met het lezen van een blog zapp je als het ware door iemands leven, dat heeft z'n charme, vind ik. Op de tweede plaats heeft het iets voyeuristisch. Dat is ook aantrekkelijk. Ik ken Gerbrand Bakker alleen als romanschrijver en door zo'n blog krijg je een inkijkje in zijn leven. Ik ben gek op andermans levens. Ik hou ervan om biografieën te lezen, maar blogs zitten nog veel meer op de huid van het leven.
Het zijn soms van die futiliteiten die je kunnen treffen. Zo lees ik in zijn blog: 'Ik ken momenteel niet eens een rode kater. De liefste en mooiste ooit –Barbaar- is al heel lang dood. Die kon machtige scheten laten als hij zich uitrekte.'
Door zo'n zin zijn mijn gedachten meteen bij Dickens, onze laatste hond. Wij haalden hem uit het asiel toen hij vier jaar was en hij was totaal onopgevoed. Hij had schijt aan alles en iedereen. Hij liep weg als het hem uitkwam. Hij had maar één ding in het hoofd: eten.
De eerste keer dat hij wegliep, vonden we hem in een slagerij en vrat hij daar de worsten op. Gelukkig zag de slager de humor ervan in. De maanden daarna konden we hem, als hij weer eens wegliep, altijd bij de vissers bij de visvijver vinden. Hij raasde dan langs de vissers en vrat hun visvoer op. De vissers konden daar helemaal niet de humor van inzien.
Eerlijk gezegd had ik hem al opgegeven, beschouwde ik hem als totaal onopvoedbaar. Het is aan het geduld van Wyb te danken dat hij een paar jaar later keurig los aan de voet kon meelopen en dat hij eindelijk wist wie zijn baasje en zijn vrouwtje waren. Hij hield altijd iets ondeugends, maar we hoefden ons niet meer voor hem te schamen.
Toen we hem uit het asiel haalden, hebben ze ons een belangrijk ding niet verteld. En dat was dat hij verschrikkelijke scheten liet. Er waren dagen bij dat Dickens een levende gifgasbom was. Soms lag hij te slapen en dan liet hij heel geniepig de meest afschuwelijke scheten. Het gebeurde wel eens dat wij een voor een de kamer uitvluchtten omdat de stank niet meer te harden was.
Ik herinner me precies nog de stank. Die scheten hadden een geur die ik nooit eerder had geroken. Ze deden me altijd aan verrotte hondenbrokken denken. Zelf vond hij het volgens mij wel lekker. Als hij ons weer eens de kamer had uitgejaagd, ging zijn kop omhoog en snoof hij tevreden zijn eigen stank op.
Vreemd eigenlijk, vroeger speelden scheten een veel grotere rol in mijn leven dan nu. Er was een tijd dat we in de familie de gewoonte hadden om scheten in brand te steken. Of dat in andere families ook gebeurde, weet ik eigenlijk niet. Maar regelmatig dat een van mijn ooms of tantes met de benen omhoog lag omdat hij of zij een scheet moest laten. Wij hielden er dan een lucifer bij en als mijn oom of tante dan de scheet liet, speelde er een blauwe vlam over het kruis heen. Soms was er zelfs sprake van een steekvlam.
Een keer leidde dat tot een bijna ramp. We waren weer eens in een baldadige bui. 'Ja, nu,' riep Lies en ze lag al met de benen omhoog op de grond. Snel pakte ik het luciferdoosje dat voor de gelegenheid klaar lag. Ik stak de lucifer aan en hield het in de buurt van haar kruis. Er klonk een harde knal. Het effect was navenant. Het leek wel vuurspuwen. Wij keken geïmponeerd toe. Wij hadden veel van dit soort vlammen gezien, maar deze sloeg alles.
Maar onze bewondering sloeg snel over in ontzetting. Door de vlam vatte haar nylonslipje vlam. In snel tempo zagen we het weg schroeien. Lies sprong in paniek op. Probeerde het schroeien te stoppen. Tevergeefs. Binnen een paar seconden was haar slipje verdwenen en had ze alleen nog een elastiek om haar middel.
Ik praat nu over de jaren zeventig. Boertig was toen nog heel gewoon. Ik hoor nu niemand meer over scheten praten. Ik zie ook nooit meer iemand op de grond gaan liggen met de benen omhoog. Het kan zijn omdat mijn ooms en tantes of dood of te krakkemikkig zijn.
Maar zelf lig ik ook nooit meer op de grond met de benen omhoog. Ik moet er niet eens aan denken. Ik denk dat ik gewoon te geciviliseerd ben geworden. Toch jammer.
|
|
Dagobert Duck03-01-2012 20:34
Dinsdag 3 januari, Den Bosch
Als het hart zou kunnen denken, hield het op met kloppen.
Oei. Opeens kom je zo'n zin tegen. Een mokerslag. Ik vind het in hetBoek der rusteloosheid, geschreven door Fernando Pessoa. Ik kreeg het gisteren van Matthijs cadeau. Volgens hem is Pessoa een van de eerste bloggers.
Ik zelf heb de evangelisten ooit eens de eerste bloggers genoemd. Maar ik denk dat hartstochtelijke briefschrijvers van vroeger ook bloggers waren. Zo denk ik dat Flaubert een blogger was. En niet te vergetenSamuel Pepys.
Het is trouwens een prachtige titel, vind ik, Boek der rusteloosheid. Dit blog heet nu Dossiermoddergat.nl, maar een mooie andere naam zouDossierderrusteloosheid.nl zijn geweest. De vlag zou de lading dekken.
Het Boek der rusteloosheid heeft 649 bladzijden. Ik heb de eerste drie bladzijden nu gelezen. Het boek is geen pageturner, het boek is een prachtige cognac waar je aan moet nippen. Zo nu en dan zal ik het uit de kast halen en een paar pagina's lezen. Ik heb een paar van zulke boeken waar ik dat meedoe. Dagboek van een dichter van Leonard Nolens is ook zo'n boek, 1056 bladzijden.
Goed beschouwd is mijn studeerkamer een schatkamer. Het is toch fantastisch dat je in één kamer de mooiste boeken van de wereld hebt verzameld. Niet dat er alle mooie boeken van de wereld staan, maar wel een heleboel.
In feite ben ik een soort Dagobert Duck. Ik zwem niet in het geld, maar wel in de mooiste woorden die op deze aarde door mensen zijn geschreven. Zo kreeg ik gisteren nog een ander boek van Matthijs, de biografie van de poolse dichteres Wislawa Szymborska. In haar boek lees ik:
In elke druppel inkt zit een flinke voorraad
jagers met toegeknepen oog,
klaar om langs de steile pen omlaag te rennen,
de zee te omsingelen en aan te leggen voor het schot.
Prachtige strofe uit het gedicht De vreugde van het schrijven. Ik zou me zo graag een paar dagen in mijn schatkamer willen opsluiten, er een paar dagen helemaal niet uitkomen en alleen maar zitten lezen, de rusteloosheid achter me laten. Stel dat ik stinkend rijk was, nooit meer hoefde te werken. Ik zou de gordijnen van de schatkamer dichtdoen en eindeloos gaan zwemmen in woorden.
Ik zwem wat door het Boek der rusteloosheid en kom op bladzijde 108 de volgende tekst tegen: 'De enige houding die een superieur mens past, is koppig doorgaan met iets waarvan hij inziet dat het geen zin heeft, zichzelf onderwerpen aan een discipline waarvan hij weet dat ze vruchteloos is, en steevast filosofische en metafysische normen hanteren waarvan hij aanvoelt dat ze geen betekenis hebben.' De tweede mokerslag. Het spreekt voor zich dat zo'n passage mij als blogger aanspreekt.
Ik vind trouwens dat ik in een bijzondere periode leef. Ik ben een van de laatste brievenschrijvers van deze wereld geweest. Twaalf jaar lang schreef ik Jacques elk jaar een maand lang elke dag een brief. Zo liggen er boven op zolder nog zo'n 356 brieven. In mijn leven heb ik de totale ontwikkeling van de computer meegemaakt, de opkomst van internet, de explosie aan bloggers. Ik ben de overgang, ik was de hartstochtelijke brievenschrijver die overstapte op het bloggen. Ik markeer het einde van de brief, het begin van het blog.
Tenslotte wil ik nog even eerlijk zijn. Ik begon dit blog met de zin 'Als het hart zou kunnen denken, hield het op met kloppen'. Ik moet bekennen dat ik niet weet of de zin zo precies in Boek der rusteloosheidstaat. Ik heb een zin met dergelijke strekking gelezen, maar kan hem in die 649 pagina's niet meer terugvinden. Als ik hem ooit weer eens opduik, zal ik laten weten hoe Pessoa, maar vooral de vertaler, hem precies heeft geformuleerd.
|
|
Somberheid 202-01-2012 20:33
Maandag 2 januari, Den Bosch
Eergisteren schreef ik over somberheid. Die somberheid blijft me bezighouden.
In de jaren vijftig was somberheid in -zwarte coltruien, Sartre, existentialisme, Charlie Parker, gekmakende jazz. In de jaren zestig raakte somberheid uit -flowerpower, peace, trippen en let the sun shine.
In de jaren zeventig… och, de jaren zeventig, dat is wel het meest slappe decennium geweest dat ik heb meegemaakt. Het was een decennium zonder ballen, alles was flut en vrijblijvend.
In de jaren tachtig kwam somberheid weer in -no future, verloren generatie, punk, never mind the bollocks. In de jaren negentig verdween de somberheid en in het eerste decennium van deze eeuw werd somberheid, zoals we eens de pest verdreven, totaal uitgeroeid.
Alles wat kut is, heette vanaf die tijd een uitdaging. Niemand geloofde meer in god, alleen in zichzelf. Als je maar wilde, als je maar doorzette, dan kwam het wel goed.
Het geloof in de uitdaging is volgens mij komen overwaaien uit de Verenigde Staten, het land van de ongebreidelde mogelijkheden. Zelfs als je daar in de goot ligt, is het een fantastische uitdaging. The American Dream. Krantenjongen? Geen probleem. Voordat je het weet ben je miljonair.
Het praten over een uitdaging is volgens mij middle class prietpraat. Als je het goed hebt, dan kun je een dipje wel een uitdaging noemen. Maar als je echt in een kutsituatie zit, dan is het toch gewoon echt kut. En het is volgens mij heel goed om te beseffen dat iets kut is. En het is ook goed om daar somber van te worden. Ik zelf ben een jongen van de straat.
Ik ben zeker niet, zoals Matthijs, in de buurt van het Museumplein opgegroeid. Dat hoor je nog steeds aan ons. Matthijs zegt 'koninin', ik zeg 'koninGin'. Matthijs zegt ijskast, ik zeg koelkast. Matthijs zegt wc, ik zeg toilet. Het is allemaal een kwestie van hypercorrectie. Wij, lower lower middle class, wilden ons voordoen als nette mensen.
Ik heb mijn jeugd eerst in Hatertse Hei en later in Hatert doorgebracht. Plaats van handeling: Nijmegen. Ik weet nog goed dat ik naar school liep en het wel een beetje oorlog leek. Als ik de hoek van een flat om liep, keek ik eerst of ik De Vijand niet zag. De Vijand waren jongens die je enorm te grazen konden nemen.
Ik kan me nog het beeld herinneren van een jongen die met zijn viool voor de schoolpoort in de Citroenvlinderstraat stond. Een groepje jongens pakte zijn viool af en gingen er mee rugbyen. Voordat je het wist ging zo'n groepje jongens zelfs met jou rugbyen. Mijn eerste boek ging erover: De jongen met de viool en andere verhalen.
Dan zeiden wij echt niet: 'Goh, wat is het toch een uitdaging om naar school te lopen'. Wij zeiden: 'Godverdomme, daar heb je die kutlui weer'. Was dat erg? Ja, dat was erg. Je werd er somber van. Maar het had ook een voordeel: je werd boos, mateloos boos. En boosheid kan je sterk maken. Als je boos bent, ga je je wapenen, ga de situatie te lijf.
Als je een kutsituatie als een uitdaging ziet, word je blij en vrolijk. En blijheid en vrolijkheid is niet bepaald de manier om echte kutsituaties te lijf te gaan, heb ik toen geleerd. Als ik fluitend en huppelend van de Larvenhof naar de Citroenvlinderstraat was gelopen, had ik het zeker niet overleefd. Mijn moeder zei altijd: 'Terugslaan, Gerardje, nooit laten merken dat je bang bent.' Waarom zijn China en India zo booming? Dat zijn ze omdat ze in een sombere kutsituatie zaten. Ze werden boos, stroopten de mouwen op en gingen hun problemen te lijf.
Oei, wat veel woorden. Zal wel door de drank komen. Ik geniet ook vanavond weer van een mooie fles Pomerol. Volgens Wyb zo'n veertig tot vijftig euro waard. Wij hebben hem voor vijftien euro direct bij het chauteau gehaald en hem vele jaren laten liggen.
Je laat iets liggen en de waarde stijgt. Toch mooi. Omdat we gisteren geen wijn meer hadden, hebben we de Pomerol opengemaakt. Omdat Wyb er vanavond niet van kan meegenieten (Meppel), zal ze wel uit haar vel springen als ze dit leest.
Toch nog even terugkomen op die somberheid. Kijk, dat is nou de pest met die Rutte. Omdat hij geen somberheid kent, wordt hij ook nooit boos. Omdat hij niet boos wordt, wapent hij zich niet. Dat merk je aan alles. Altijd weer steekt hij zijn twee duimen in de lucht. Fout. Hij moet een vuist ballen, zich wapenen. Hij laat zijn tanden wel zien, maar alleen om te lachen. Fout.
Ik weet zeker dat het blije en keurige ventje Rutte niet zonder kleerscheuren van de Larvenhof naar de Citroenvlinderstraat had kunnen lopen. Het is jammer dat hij blijkbaar niet heeft geleerd om voorzichtig om de hoek van een flat naar De Vijand te kijken en, mocht De Vijand daar onverhoopt staan, en die staat er volgens mij momenteel, tot vechten over te gaan.
|
|
Nieuwe Normaal01-01-2012 20:32
Zondag 1 januari, Den Bosch
De afgelopen vijf dagen heb ik een volstrekt ander leven geleid dan normaal. Opeens stond een klein meisje van 1,5 jaar in ons leven centraal. Het bracht me ook even terug naar de tijd dat Anne en Esmee nog klein waren.
Ik heb ontzettend genoten van deze dagen. Het is zo mooi om te zien hoe zo'n klein meisje al stevig in het leven staat. Ik weet niet hoe Esmee en Arjan het hebben geflikt, wat hun opvoedingsgeheim is, maar ik heb zelden zo'n gemakkelijk kind gezien.
Niet dat Malu een doetje is, integendeel. Als ze iets niet wil, gebeurt het ook niet en dan kan ze heel donker gaan kijken. Maar het mooie is dat ze eigenlijk altijd vrolijk is, andere mensen erg leuk vindt en dat ze ons voortdurend in het ootje neemt. Ze gaat prima naar bed, eet goed en huilt nauwelijks. En dat is maar goed ook, want als ze wel huilt, dan kun je haar in een vuurwerkwinkel als gillende keukenmeid verkopen.
Om een voorbeeld van dat ootje te geven. Malu speelde gisteren steeds met een citroen die we hadden gekocht. Volgens haar was dat een bal. Wat ik best begrijp.
'Waar is de bal?' vroeg ze steeds.
'Die heb jij,' zeiden we dan,' die heb je achter op je rug.'
Terwijl ze de bal met een hand vast had, liet ze ons de andere, lege hand zien en ze lachte er ondeugend bij. Zie nou wel dat ik de bal niet heb, straalden haar ogen.
Wij vroegen ons dan vertwijfeld af waar de bal wel was en begonnen druk te zoeken. Als we zo bezig waren, kwam het andere handje met de bal te voorschijn.
Voor deze dagen had ik wat boeken in mijn tas gestopt. Ook had ik mij vast voorgenomen om nog wat aan de beleidsnota van Het Zuidelijk Toneel te werken, maar dat waren, bleek, domme voornemens. Malu eiste al onze aandacht op en dat vond ik helemaal niet vervelend.
Toen Anne en Esmee nog klein waren kan ik me wel herinneren dat ik me zat op te vreten omdat ik niet aan mijn werk toekwam. Ik had mij voor deze vijf dagen voorgenomen niet in die val te trappen. Deze dagen waren zonder terughoudendheid voor Malu.
Wat mij betreft had het zo nog wel even mogen doorgaan. Het was zo leuk om met haar heen te tutten. Het was ook een goede gelegenheid om mijn oude repertoire aan kinderliedjes op te halen. Ik baalde er dan ook van dat het tutten vandaag ophield.
Aan het begin van de middag brachten we Malu naar Holwerd naar de boot. De boot meerde net aan. Toen Esmee de hoek om kwam, straalde Malu en bestonden haar opa en oma niet meer.
Ik ben inmiddels wel jaloers op opa's en oma's die dichtbij hun kleinkinderen wonen. Dat zou ik ook wel willen. Dan zaten er geen weken tussen voordat we elkaar weer zagen. Het wordt echt hoogtijd dat ik taxichauffeur op Ameland word.
Wyb en ik hadden deze dagen wel verschil van mening of Malu Wyb nu Oma Piep noemde of Omipi. Ik verstond duidelijk Oma Piep, maar Wyb zei maar steeds dat ze Omipi verstond. Vond ze ook een leukere naam. Ik hoop dat het Oma Piep wordt. Het zou toch mooi zijn als er na een Oma Hiep nog een Piep komt.
Het waren huiselijke dagen, keuteldagen. Op de terugweg naar huis hoorde ik op de autoradio dat we hiermee perfect in een trend passen: het Nieuwe Normaal. Een vrouw die trends duidt, legde uit dat het Nieuwe Normaal stond voor minder kwantiteit meer kwaliteit. Dus minder verschillende dingen doen, maar de dingen die je doet goed doen. Lekker thuis zitten, aandacht voor elkaar. De echte trendsetters gaan niet meer uit eten, maar koken zelf. Zelfs breien schijnt weer in te zijn (het moet niet gekker worden).
Mooi beginsel, dat Nieuwe Normaal. Ik ben blij dat we vijf dagen trendsetter hebben kunnen zijn. Ik weet echter wel zeker dat we aankomende week in het Oude Abnormaal vervallen, met heel veel kwantiteit.

|
|
|