Hieronder kun je vijf gedichtenbundels lezen die ik heb geschreven: Notities (1980), Het huis van het weekdier (1985), Notities II (1995), De geschiedenis is een gammel monument (1999) en I'm a stranger in myself (2008). Daarnaast zijn een paar gedichten opgenomen onder de titel Moddergat.
Ik ga de bundels in 2010 verzameld uitgeven onder de titel: Verzameld Het huis van het weekdier Verzameld.
Als je de gedichten in de goede volgorde wilt lezen, moet je eigenlijk van onder af beginnen.
Ik bewaar de dingen die zijn vergaan.
De sneeuw van mijn opa.
De namen van de vrienden, van mij,
van mijn ouders, mijn grootouders.
Het lachen van mijn ooms, de rook
in de kamers van de opa en de oma.
De slaapkamers in de burcht
van het ouderlijk huis. En liefst alle meubels.
Ik zat in mijn pyjama voor de televisie:
de eerste beelden. Op de bank met mijn moeder.
Zo step ik door mijn jeugd: verzamel,
verzamel de geur van de lijsterbes.
Met schoolkrijt tekende ik de naam.
Het stof van het krijt, de spons die het wiste.
Ik verzamel zuchten, stemmen, zorgen.
En dan: alles wat is gegaan. Snippers, splinters.
De brokken, fragmenten, scherven van de kinderstoel,
klodders, spatten van het kooksel van mijn moeder.
Ik ben bereid om alles aan te kopen. Veilinghuizen,
scharrelaars, sprokkelaars, meld u bij het hoofdkwartier.
Ze beplakken de lucht met leisteen,
duivenveren, lood en koper.
Daaronder leggen ze duizenden, blinkende,
spartelende vissen, haken en ogen.
Zo is alles klaar voor het gedonder in
het tinkelend glas. Het betrekt een stelling.
Reef de zeilen, schuil in de kajuit.
Dit is geen spartelen meer, schuimkragen.
Wie speelt met mij? De bliksem maakt
een heldere foto. Dansen op de golven,
overgave, overgeven, over and over again,
Van voren? Van achteren? De leisteen valt,
hamert in lijf, leden. Ga liggen, ga liggen, maar
niets gaat liggen: hondenwacht, hondenwacht.
Een paardenkop
hangt.
Een koe is door midden
gesneden.
Top van een boom
van een weggeveegde stam.
Roep
zonder vogels.
De wolken beheersen
het land.
Wij roepen naar de eilanden.
De woorden vliegen als vogels
heen en hier en daar worden zij
ruisend herhaald. Eilanden.
Zij vliegen naar de Noordpool,
ze ketsen op het ijs en komen
vliegensvlug weer terug in
onze monden, zeggen de kinderen.
Maar aan de rand van het water,
weten wij, de dichters, de vaders,
dat elk woord verdrinkt in de diepte
en de kou van de oceaan.
Tussen de zeekraal en het hooi
liggen de karkassen van de meeuwen.
Ze schuurden een paar keer om de wereld,
schuimden eilanden en landtongen af.
Ze zeilden door water, wolken en netten,
riepen naar boten, kolken en honden.
Maar dan komt hun tijd, zoals altijd de tijd.
Je merkt dat je alleen nog kunt drijven.
Wiegen, wachten, verwateren, want
er zijn geen vleugels meer.
Langzaam waaien naar de kust
om te rusten, oude mensen, dingen
die voorbij gaan, kijken naar wat
nog even komt. Dan groeien de botten,
komt de zeekraal en het hooi in zicht. En nog
even later wentelt zich de hond in lijf en leden.
Hier boetten de mannen,
hier waren zij verstrikt
in de ankers en de schubben.
De vrouwen, op de dijk, tuurden
naar de einder, die er nooit
echt was. Strepen, alleen maar strepen.
Het was 1872. Het was 2004.
De mannen boetten.
Ze gaan altijd, met man en muis,
niemand die het weet.
De geur van de zee maakt,
dat je altijd terugkomt. Tenzij
Verstrikt in hun huizen, hun vrouwen.
Verankerd in lucht. Tenzij
Hoor de klok van het dorp:
schubben, dijken, vrouwen. Tenzij
Hier past
het best
het zwijgen
alleen de wind
opent hier
zijn mond
de huisjes
en de stegen
zijn te kaal
achter schraalheid
liggen geen
woorden meer
baggeren
door de modder
op zoek naar vis
grijpen
in schorseneer
en kroppen boerenkool
de wind huilt
het schip jammert
het huisje kreunt
altijd het vuur
voor het drogen
van kleren
niemand schrijft
een woord
op het beslagen raam
hier past
het best
het zwijgen.
En de lijnen?
En het publiek?
De banken staan als
lege zinnen op het veld.
Alleen een vogel
duikt en rent.
En ook wat wolken
spelen vernuftig mee.
De regen komt in vlagen,
zegt men, woord na woord.
Vandaag geen regels,
geen scheidsrechters.
Zelfs wat vlaggen
waaien alle kanten uit.
Het gras ligt plat.
Het spel is uit.


Powered by Maakum Websites